Nederland, dat rijk werd met onze tulp, keramiek, tabak en cultuur, werd ooit ook welvarender door het imiteren van onze tapijten.
Nu bereikt ons een interessant bericht over de inspanningen van Turkse vrouwen in Nederland, die proberen een bijna verloren ambacht – het tapijtweven – levend te houden.
Er gaan geruchten dat in Deventer, aan de Smyrnastraat (Izmirstraat), een van de voormalige tapijtfabrieken opnieuw haar deuren zal openen.
(De Turkse versie van dit artikel vindt u onderaan)
(Haberin Türkçesi en altta)
İlhan KARAÇAY onderzoekt en schrijft:
Beste lezers,
Wanneer we de stoffige bladzijden van de geschiedenis openslaan, zien we telkens weer de tapijten die, met het zweet en de toewijding van Anatolische vrouwen, knoop voor knoop werden geweven.
Deze tapijten zijn niet zomaar gebruiksvoorwerpen: elke knoop is een gebed, elk motief een hoop, elke kleur een levensverhaal.
Eeuwenlang vonden deze tapijten hun weg van de Ottomaanse paleizen naar Europese herenhuizen, en zelfs naar de schilderijen van Hollandse meesters uit de Gouden Eeuw.
KOMT ER EEN HERGEBOORTE?
Enige tijd geleden schreef ik een artikel over Turkse vrouwen die het ambacht van het tapijtweven nieuw leven inblazen.
Naar aanleiding van dat bericht stuurde onze ambassadeur in Den Haag, Fatma Ceren Yazgan, mij het volgende bericht: “Wij onderzoeken de tapijtfabrieken in Deventer. We hebben gehoord dat Nederlanders daar tapijten met Turkse motieven weefden. De fabrieken zijn later gesloten. Er schijnt daar een Izmir-straat te zijn. Ik vermoed dat het Sefardische Joden waren.”
Die boodschap wekte mijn nieuwsgierigheid — en als onderzoeksjournalist moest ik dit natuurlijk verder uitzoeken.
En dat heb ik gedaan.
Na mijn onderzoek kwam ik tot de volgende bevindingen:
HET VERHAAL VAN DE SMYRNASTRAAT (İZMİRSTRAAT)
In de Nederlandse stad Deventer werd in 1904 een tapijtfabriek opgericht.
De fabriek was zo invloedrijk dat de straat waarin zij zich bevond, een eerbetoon kreeg aan Anatolië: Smyrnastraat (İzmirstraat).
De tapijten die hier werden geproduceerd, waren imitaties van de zogeheten “Smyrna-stijl” – tapijten met een Turkse knoop, afkomstig uit de regio rond İzmir.
In werkelijkheid weerspiegelden deze tapijten echter slechts de eeuwenoude kunst die Anatolische vrouwen generaties lang hadden gecreëerd.
In 1919 werd de fabriek onderdeel van de Koninklijke Vereenigde Tapijtfabrieken (KVT), en de productie ging door tot 1978.
Daarna zwegen de machines, bleven de weefgetouwen leeg, en bleef alleen de straatnaam als herinnering over.
EEN KNOOP TUSSEN ANATOLIË EN EUROPA
Wie vandaag door de Smyrnastraat wandelt, ziet niet alleen oude gebouwen, maar ook een brug tussen culturen.
Toen in 1492 de Sefardische Joden uit Andalusië werden verdreven, vestigden sommigen zich in Thessaloniki, İzmir en İstanbul, en anderen in Antwerpen en Amsterdam.
Zij brachten niet alleen hun kennis van diamantbewerking mee, maar ook hun passie voor kunst en vakmanschap.
Het verhaal van de tapijtfabriek in Deventer maakt deel uit van dit complexe netwerk van migratie en culturele uitwisseling.
Nu doen er geruchten de ronde dat een van deze oude fabrieken nieuw leven zal worden ingeblazen.
Er is nog geen officiële bevestiging, maar alleen al het idee zorgt voor opwinding – zowel binnen de Turkse gemeenschap als bij onze Nederlandse buren.
Want dit gaat niet enkel over het heropenen van een fabriek, maar over het opnieuw laten ademen van een bijna verloren cultuur.
DE STEM VAN DE ANATOLISCHE VROUW ZWIJGT NIET
U herinnert zich vast dat de vrouwen van de Vrouwencoöperatie van Bergama onlangs opnieuw begonnen zijn met het weven van het tapijt dat te zien is op een schilderij van Pieter de Hooch, een Hollandse meester uit de Gouden Eeuw.
Elke knoop was als een gebed dat van het verleden naar het heden werd gedragen.
En nu wordt in Deventer gesproken over de hergeboorte van de Smyrna-tapijten.
Als deze geruchten werkelijkheid worden, zal het Turkse tapijt in de Smyrnastraat opnieuw tot leven komen.
En dat zal meer zijn dan zomaar een tapijt — het zal de stem van de Anatolische vrouw zijn, de stem van die stille heldinnen door de eeuwen heen.
SOMS IS EEN TAPIJT MEER DAN EEN TAPIJT
Beste lezers,
Soms is een tapijt niet alleen iets wat op de grond ligt, maar een erfgoed dat van generatie op generatie wordt doorgegeven.
Als dit project werkelijkheid wordt, kunnen we zeggen: “Het Turkse tapijt beleeft in Nederland zijn tweede lente.”
De geruchten over het herleven van de tapijtfabrieken aan de Smyrnastraat in Deventer doen me niet alleen denken aan een industrieel initiatief, maar ook aan een hernieuwde band met de geschiedenis.
Het Turkse tapijt is immers niet zomaar een handelsproduct; het is een stille maar krachtige getuige van een identiteit, een geschiedenis en een cultuur.
EEN PERSOONLIJKE TROTS
Ik wil hier ook een persoonlijk gevoel van trots delen.
Precies vijftig jaar geleden was ik de eerste die het verhaal schreef van het tapijt dat Turkije schonk aan het Internationaal Gerechtshof (Hoge Raad van Justitie) in Den Haag.
Dat tapijt werd in de erezaal gelegd en symboliseerde zowel de kunst als het rechtvaardigheidsbesef van het Turkse volk.
Sindsdien heb ik het lot van dat tapijt stap voor stap gevolgd.
Drie jaar geleden werd het tijdelijk naar Turkije gebracht voor restauratie.
Na voltooiing werd het opnieuw naar Den Haag teruggebracht.
Ik heb ook dat nieuws opgeschreven, met bij elke zin de gedachte aan het geduld, de toewijding en het vakmanschap van de Anatolische vrouw.
EEN BOODSCHAP VOOR VERLEDEN EN TOEKOMST
Als een van die historische fabrieken in Deventer, waar ooit de Smyrna-tapijten werden vervaardigd, nieuw leven krijgt, zal dat niet slechts een lokaal cultureel initiatief zijn.
Het zal een hernieuwde zichtbaarheid betekenen van de Turkse sporen in Europa – een boodschap aan zowel het verleden als de toekomst.
Bovendien heeft dit initiatief ook een politieke dimensie.
Cultuur is niet enkel iets dat in musea bewaard blijft; het is ook de sterkste brug in internationale relaties.
In de soms wisselvallige betrekkingen tussen Turkije en Nederland kan een gezamenlijk cultureel erfgoedproject als dit, nieuwe warmte en vriendschap brengen.
De heropleving van Anatolische knopen in Nederland kan de stevigste verbinding vormen tussen onze twee naties.
Laten we niet vergeten:
een tapijt wordt niet alleen uit draden geweven.
Het is het weefsel van geduld, gebeden, dromen en waardigheid, door de handen van vrouwen door de eeuwen heen gesponnen.
Elk Smyrna-tapijt dat in Deventer opnieuw geweven zal worden, zal de hergeboorte betekenen van de Turkse cultuur in Nederland.
Ik geloof hier oprecht in:
Als het Turkse tapijt in de Smyrnastraat opnieuw tot leven komt, zal dat niet slechts een economische activiteit zijn, maar het glanzendste symbool van de arbeid van de Turkse vrouw,
de eer van de Turkse cultuur, en de vriendschap tussen Turkije en Nederland.
*****************
HOLLANDA’DA TÜRK HALISI YENİDEN Mİ DOĞUYOR?
Lalemiz, seramiğimiz, tütünümüz ve kültürümüz ile zenginleşen Hollanda, bir zamanlar halılarımızı da taklit ederek zenginlenmişti.
Hollanda’daki Türk kadınlarının, kaybolmaya yüz tutmuş bir miras olan halıcılığı ayakta tutma çabasının ardından gelen duyum.
Deventer “Smyrnastraat”da (İzmir Sokağı) kapanmış olan halı fabrikalarından birinin yeniden faaliyete geçeceği konuşuluyor.
İlhan KARAÇAY araştırdı ve yazdı:
Sevgili okurlarım,
Tarihin tozlu sayfalarını karıştırdığımızda, karşımıza hep Anadolu kadınlarının alın teriyle ilmik ilmik dokuduğu halılar çıkıyor. Bu halılar sadece bir ev eşyası değildir; her düğümü bir dua, her motifi bir umut, her rengi bir hayat hikâyesidir.
Yüzyıllar boyunca bu halılar, Osmanlı saraylarından Avrupa’nın soylu konaklarına, Hollanda’nın Altın Çağı ressamlarının tablolarına kadar girmiştir.
YENİDEN DOĞUŞ MU GELİYOR?
Bir süre önce, Türk kadınlarının halı dokumacılığına sahip çıkışını konu alan bir haber yayınlamıştım. O haberim üzerine Lahey Büyükelçimiz Fatma Ceren Yazgan, “Deventer’dek halı fabrikalarını araştırıyoruz. Hollandalılar’ın Türk desenli halı dokuma yaptıklarını duyduk. Fabrşkalar sonra kapanmış. İzmir caddesi varmış orada. Zannederim, sefarat Yahudileriymiş.” diye bir mesaj göndermişti.
Büyükelçimizin bu mesajı bende heyecan yaşatmıştı.
Öyle ya, ben araştırmacı bir gazeteciysem, bu konuyu da araştırmam lazımdı.
Ve öyle de oldu.
Yapmış olduğum araştırma sonucunda şu bilgilere ulaştım:
SMYRNASTRAAT’IN (İZMİR SOKAĞI) HİKÂYESİ
Hollanda’nın Deventer kentinde 1904’te bir halı fabrikası kuruldu. Fabrika o kadar etkili oldu ki, bulunduğu sokağa doğrudan Anadolu’ya bir selam göndererek, “Smyrnastraat” (İzmir Sokağı) adı verildi.
Burada üretilen halılar, Anadolu’nun İzmir hattından gelen Türk düğümlü “Smyrna tarzı” desenlerin bir taklidiydi. Ama işin aslına bakarsanız, Avrupa evlerini süsleyen bu halılar, Anadolu kadınlarının yüzyıllardır ilmiklediği kültürün bir yankısıydı.
1919’da bu fabrika, Koninklijke Vereenigde Tapijtfabrieken (KVT) bünyesine katıldı ve 1978’e kadar üretim sürdürdü. Sonra makineler sustu, tezgâhlar boşaldı, sokağın adı ise geriye bir hatıra olarak kaldı.
ANADOLU İLE AVRUPA ARASINDA İLMEK İLMEK ÖRÜLEN BAĞ
Bugün Smyrnastraat’a baktığınızda yalnızca eski binaları değil, kültürler arasında kurulmuş bir köprüyü görürsünüz. Çünkü 1492’de Endülüs’ten sürülen Sefarad Yahudilerinin bir kısmı Selanik, İzmir ve İstanbul’a; bir kısmı ise Antwerp ve Amsterdam’a gitmişti. Yanlarında sadece elmas işçiliğini değil, sanata ve emeğe olan tutkularını da getirdiler. Deventer’deki halı fabrikasının hikâyesi, bu çok katmanlı göç ve kültür ağının bir parçasıdır.
Şimdi Deventer’de, bu eski fabrikalardan birinin yeniden canlandırılacağına dair söylentiler dolaşıyor. Henüz resmî bir açıklama yok. Ama bu söylentiler bile hem Türk toplumu hem de Hollandalı komşularımız için heyecan verici. Çünkü bu sadece bir fabrikanın açılması değil, kaybolmuş bir kültürün yeniden nefes alması anlamına geliyor.
ANADOLU KADINININ SESİ SUSMUYOR
Hatırlarsınız, Bergama Halıcılık Kadın Kooperatifi’nde kadınlarımız, Hollanda’nın Altın Çağı ressamlarından Pieter de Hooch’un tablosunda yer alan halıyı yeniden dokumaya başlamıştı. Her ilmik, geçmişten bugüne taşınan bir dua gibiydi. Bununla ilgili haberimi bir ay önce yayınlamıştım. İşte şimdi, Deventer’de Smyrna halılarının yeniden doğuşu konuşuluyor.
Eğer bu söylentiler gerçekleşirse, Smyrnastraat’ta Türk halıcılığı bir kez daha hayat bulacak ve bu sadece bir halı değil, Anadolu kadınının sesi olacak. Yüzyıllar boyunca sessiz kalan o kahramanların sesleri…
Sevgili okurlarım,
Bazen bir halı, sadece yere serilen bir eşya değildir. O, geçmişten geleceğe taşınan bir mirastır. Eğer bu proje hayata geçerse, işte o zaman “Türk halısı Hollanda’da ikinci baharını yaşıyor” diyeceğiz.
Deventer’deki Smyrnastraat fabrikalarının yeniden hayat bulacağı söylentisi bana sadece bir sanayi girişimini değil, tarihle yeniden kurulacak bir bağı düşündürüyor. Çünkü Türk halısı, sadece bir ticaret ürünü değil; bir kimliğin, bir tarihin, bir kültürün sessiz ama güçlü tanığıdır.
Ben, bu konuda kişisel bir gururu da paylaşmak isterim. Türkiye’nin Lahey’deki Uluslararası Adalet Divanı’na (Yüksek Adalet Divanı) armağan ettiği halının hikâyesini, bundan tam elli yıl önce ilk kez ben yazmıştım. O halı, Divan’ın şeref salonuna serilmiş ve Türk milletinin hem sanatını hem de adalet anlayışına verdiği değeri simgelemişti.
O günden bugüne o halının kaderini adım adım izledim. Üç yıl önce, söz konusu halı tadilattan geçirilmek üzere Türkiye’ye götürüldü. Restorasyonu tamamlandıktan sonra yeniden Lahey’e getirildi. Ve ben bu haberleri de kaleme aldım. Her satırında, Anadolu kadınının emeğini, sabrını ve sanatını hatırladım.
Şimdi düşünüyorum da… Eğer Deventer’de, Smyrna halılarının üretildiği o tarihi mekânlardan biri yeniden canlandırılırsa, bu gelişme yalnızca yerel bir kültür olayı olmayacaktır. Bu, Türk milletinin Avrupa’daki izlerinin yeniden görünür kılınması, hem geçmişe hem de geleceğe gönderilmiş bir mesaj olacaktır.
Dahası, bu girişim politik bir boyut da taşımaktadır. Çünkü kültür, yalnızca müzelerde sergilenen bir hatıra değil; uluslararası ilişkilerin de en güçlü köprüsüdür. Hollanda ile Türkiye’nin bazen inişli çıkışlı seyreden ilişkilerinde, böylesine ortak bir kültürel miras projesi yeni bir sıcaklık yaratabilir. Anadolu’dan gelen ilmiklerin, Hollanda’da yeniden hayat bulması, iki ülke arasındaki dostluğun en sağlam düğümlerinden biri olacaktır.
Unutmayalım ki, bir halı sadece iplikten dokunmaz. O halı, tarih boyunca kadınların ellerinde yoğrulan sabrın, duaların, hayallerin ve toplumların onurunun ilmik ilmik birleşmesidir. Deventer’de yeniden dokunacak her Smyrna halısı, aslında Türk kültürünün Hollanda’da ikinci kez doğması demektir.
Ben buna bütün kalbimle inanıyorum: Eğer Smyrnastraat’ta Türk halısı yeniden hayat bulursa, bu yalnızca bir ekonomik faaliyet değil; Türk kadınının emeğinin, Türk kültürünün onurunun ve Türkiye-Hollanda dostluğunun en parlak simgesi olacaktır.
Lalemiz, seramiğimiz, tütünümüz ve kültürümüz ile zenginleşen Hollanda, bir zamanlar halılarımızı da taklit ederek zenginlenmişti.
Hollanda’daki Türk kadınlarının, kaybolmaya yüz tutmuş bir miras olan halıcılığı ayakta tutma çabasının ardından gelen duyum.
Deventer “Smyrnastraat”da (İzmir Sokağı) kapanmış olan halı fabrikalarından birinin yeniden faaliyete geçeceği konuşuluyor.
(Haberin Hollandaca versiyonunu yazının sonunda bulabilirsiniz. Onderaan vindt u de Nederlandse versie van dit bericht.)
İlhan KARAÇAY araştırdı ve yazdı:
Sevgili okurlarım,
Tarihin tozlu sayfalarını karıştırdığımızda, karşımıza hep Anadolu kadınlarının alın teriyle ilmik ilmik dokuduğu halılar çıkıyor. Bu halılar sadece bir ev eşyası değildir; her düğümü bir dua, her motifi bir umut, her rengi bir hayat hikâyesidir.
Yüzyıllar boyunca bu halılar, Osmanlı saraylarından Avrupa’nın soylu konaklarına, Hollanda’nın Altın Çağı ressamlarının tablolarına kadar girmiştir.
YENİDEN DOĞUŞ MU GELİYOR?
Bir süre önce, Türk kadınlarının halı dokumacılığına sahip çıkışını konu alan bir haber yayınlamıştım. O haberim üzerine Lahey Büyükelçimiz Fatma Ceren Yazgan, “Deventer’dek halı fabrikalarını araştırıyoruz. Hollandalılar’ın Türk desenli halı dokuma yaptıklarını duyduk. Fabrşkalar sonra kapanmış. İzmir caddesi varmış orada. Zannederim, sefarat Yahudileriymiş.” diye bir mesaj göndermişti.
Büyükelçimizin bu mesajı bende heyecan yaşatmıştı.
Öyle ya, ben araştırmacı bir gazeteciysem, bu konuyu da araştırmam lazımdı.
Ve öyle de oldu.
Yapmış olduğum araştırma sonucunda şu bilgilere ulaştım:
SMYRNASTRAAT’IN (İZMİR SOKAĞI) HİKÂYESİ
Hollanda’nın Deventer kentinde 1904’te bir halı fabrikası kuruldu. Fabrika o kadar etkili oldu ki, bulunduğu sokağa doğrudan Anadolu’ya bir selam göndererek, “Smyrnastraat” (İzmir Sokağı) adı verildi.
Burada üretilen halılar, Anadolu’nun İzmir hattından gelen Türk düğümlü “Smyrna tarzı” desenlerin bir taklidiydi. Ama işin aslına bakarsanız, Avrupa evlerini süsleyen bu halılar, Anadolu kadınlarının yüzyıllardır ilmiklediği kültürün bir yankısıydı.
1919’da bu fabrika, Koninklijke Vereenigde Tapijtfabrieken (KVT) bünyesine katıldı ve 1978’e kadar üretim sürdürdü. Sonra makineler sustu, tezgâhlar boşaldı, sokağın adı ise geriye bir hatıra olarak kaldı.
ANADOLU İLE AVRUPA ARASINDA İLMEK İLMEK ÖRÜLEN BAĞ
Bugün Smyrnastraat’a baktığınızda yalnızca eski binaları değil, kültürler arasında kurulmuş bir köprüyü görürsünüz. Çünkü 1492’de Endülüs’ten sürülen Sefarad Yahudilerinin bir kısmı Selanik, İzmir ve İstanbul’a; bir kısmı ise Antwerp ve Amsterdam’a gitmişti. Yanlarında sadece elmas işçiliğini değil, sanata ve emeğe olan tutkularını da getirdiler. Deventer’deki halı fabrikasının hikâyesi, bu çok katmanlı göç ve kültür ağının bir parçasıdır.
Şimdi Deventer’de, bu eski fabrikalardan birinin yeniden canlandırılacağına dair söylentiler dolaşıyor. Henüz resmî bir açıklama yok. Ama bu söylentiler bile hem Türk toplumu hem de Hollandalı komşularımız için heyecan verici. Çünkü bu sadece bir fabrikanın açılması değil, kaybolmuş bir kültürün yeniden nefes alması anlamına geliyor.
ANADOLU KADINININ SESİ SUSMUYOR
Hatırlarsınız, Bergama Halıcılık Kadın Kooperatifi’nde kadınlarımız, Hollanda’nın Altın Çağı ressamlarından Pieter de Hooch’un tablosunda yer alan halıyı yeniden dokumaya başlamıştı. Her ilmik, geçmişten bugüne taşınan bir dua gibiydi. Bununla ilgili haberimi bir ay önce yayınlamıştım. İşte şimdi, Deventer’de Smyrna halılarının yeniden doğuşu konuşuluyor.
Eğer bu söylentiler gerçekleşirse, Smyrnastraat’ta Türk halıcılığı bir kez daha hayat bulacak ve bu sadece bir halı değil, Anadolu kadınının sesi olacak. Yüzyıllar boyunca sessiz kalan o kahramanların sesleri…
Sevgili okurlarım,
Bazen bir halı, sadece yere serilen bir eşya değildir. O, geçmişten geleceğe taşınan bir mirastır. Eğer bu proje hayata geçerse, işte o zaman “Türk halısı Hollanda’da ikinci baharını yaşıyor” diyeceğiz.
Deventer’deki Smyrnastraat fabrikalarının yeniden hayat bulacağı söylentisi bana sadece bir sanayi girişimini değil, tarihle yeniden kurulacak bir bağı düşündürüyor. Çünkü Türk halısı, sadece bir ticaret ürünü değil; bir kimliğin, bir tarihin, bir kültürün sessiz ama güçlü tanığıdır.
Ben, bu konuda kişisel bir gururu da paylaşmak isterim. Türkiye’nin Lahey’deki Uluslararası Adalet Divanı’na (Yüksek Adalet Divanı) armağan ettiği halının hikâyesini, bundan tam elli yıl önce ilk kez ben yazmıştım. O halı, Divan’ın şeref salonuna serilmiş ve Türk milletinin hem sanatını hem de adalet anlayışına verdiği değeri simgelemişti.
O günden bugüne o halının kaderini adım adım izledim. Üç yıl önce, söz konusu halı tadilattan geçirilmek üzere Türkiye’ye götürüldü. Restorasyonu tamamlandıktan sonra yeniden Lahey’e getirildi. Ve ben bu haberleri de kaleme aldım. Her satırında, Anadolu kadınının emeğini, sabrını ve sanatını hatırladım.
Şimdi düşünüyorum da… Eğer Deventer’de, Smyrna halılarının üretildiği o tarihi mekânlardan biri yeniden canlandırılırsa, bu gelişme yalnızca yerel bir kültür olayı olmayacaktır. Bu, Türk milletinin Avrupa’daki izlerinin yeniden görünür kılınması, hem geçmişe hem de geleceğe gönderilmiş bir mesaj olacaktır.
Dahası, bu girişim politik bir boyut da taşımaktadır. Çünkü kültür, yalnızca müzelerde sergilenen bir hatıra değil; uluslararası ilişkilerin de en güçlü köprüsüdür. Hollanda ile Türkiye’nin bazen inişli çıkışlı seyreden ilişkilerinde, böylesine ortak bir kültürel miras projesi yeni bir sıcaklık yaratabilir. Anadolu’dan gelen ilmiklerin, Hollanda’da yeniden hayat bulması, iki ülke arasındaki dostluğun en sağlam düğümlerinden biri olacaktır.
Unutmayalım ki, bir halı sadece iplikten dokunmaz. O halı, tarih boyunca kadınların ellerinde yoğrulan sabrın, duaların, hayallerin ve toplumların onurunun ilmik ilmik birleşmesidir. Deventer’de yeniden dokunacak her Smyrna halısı, aslında Türk kültürünün Hollanda’da ikinci kez doğması demektir.
Ben buna bütün kalbimle inanıyorum: Eğer Smyrnastraat’ta Türk halısı yeniden hayat bulursa, bu yalnızca bir ekonomik faaliyet değil; Türk kadınının emeğinin, Türk kültürünün onurunun ve Türkiye-Hollanda dostluğunun en parlak simgesi olacaktır.
**********************
WORDT HET TURKSE TAPIJT IN NEDERLAND OPNIEUW GEBOREN?
Nederland, dat rijk werd met onze tulp, keramiek, tabak en cultuur, werd ooit ook welvarender door het imiteren van onze tapijten.
Nu bereikt ons een interessant bericht over de inspanningen van Turkse vrouwen in Nederland, die proberen een bijna verloren ambacht – het tapijtweven – levend te houden.
Er gaan namelijk geruchten dat in Deventer, aan de Smyrnastraat (Izmirstraat), één van de voormalige tapijtfabrieken opnieuw haar deuren zal openen.
İlhan KARAÇAY onderzoekt en schrijft:
Beste lezers,
Wanneer we de stoffige bladzijden van de geschiedenis openslaan, zien we steeds weer de tapijten die met het zweet en de toewijding van Anatolische vrouwen, knoop voor knoop, werden geweven. Deze tapijten zijn niet zomaar gebruiksvoorwerpen; elke knoop is een gebed, elk motief een hoop, elke kleur een levensverhaal.
Eeuwenlang hebben deze tapijten hun weg gevonden van de Ottomaanse paleizen naar de Europese herenhuizen, en zelfs naar de schilderijen van Hollandse meesters uit de Gouden Eeuw.
KOMT ER EEN HERGEBOORTE?
Enige tijd geleden schreef ik een artikel over Turkse vrouwen die het ambacht van het tapijtweven nieuw leven inblazen.
Naar aanleiding van mijn bericht stuurde onze ambassadeur in Den Haag, Fatma Ceren Yazgan, het volgende bericht: “Wij onderzoeken de tapijtfabrieken in Deventer. We hebben gehoord dat de Nederlanders daar tapijten met Turkse motieven weefden. De fabrieken zijn later gesloten. Er schijnt daar een Izmir-straat te zijn. Ik vermoed dat het Sefardische Joden waren.”
Die boodschap wekte mijn nieuwsgierigheid – en als onderzoeksjournalist moest ik dit natuurlijk verder uitzoeken.
En dat heb ik gedaan.
Na mijn onderzoek kwam ik tot de volgende bevindingen:
HET VERHAAL VAN DE SMYRNASTRAAT (İZMİRSTRAAT)
In de Nederlandse stad Deventer werd in 1904 een tapijtfabriek opgericht.
De fabriek was zo invloedrijk dat de straat waarin zij zich bevond, een eerbetoon kreeg aan Anatolië: Smyrnastraat (İzmirstraat).
De tapijten die hier werden geproduceerd, waren imitaties van de zogeheten “Smyrna-stijl” – tapijten met Turkse knoop die hun oorsprong vonden in de regio rond Izmir.
Maar in werkelijkheid weerspiegelden deze tapijten slechts de eeuwenoude kunst die Anatolische vrouwen generaties lang hadden gecreëerd.
In 1919 werd de fabriek onderdeel van de Koninklijke Vereenigde Tapijtfabrieken (KVT), en de productie ging door tot 1978.
Daarna zwegen de machines, bleven de weefgetouwen leeg, en bleef alleen de straatnaam als herinnering over.
EEN KNOOP TUSSEN ANATOLIË EN EUROPA
Wie vandaag door de Smyrnastraat wandelt, ziet niet alleen oude gebouwen, maar ook een brug tussen culturen.
Want toen in 1492 de Sefardische Joden uit Andalusië werden verdreven, vestigden sommigen zich in Thessaloniki, Izmir en Istanbul, en anderen in Antwerpen en Amsterdam.
Ze brachten niet alleen hun kennis van diamantbewerking mee, maar ook hun passie voor kunst en vakmanschap.
Het verhaal van de tapijtfabriek in Deventer maakt deel uit van dit complexe netwerk van migratie en culturele uitwisseling.
Nu gaan er geruchten dat één van deze oude fabrieken nieuw leven zal worden ingeblazen.
Er is nog geen officiële bevestiging, maar alleen al het idee brengt opwinding – zowel binnen de Turkse gemeenschap als bij onze Nederlandse buren.
Want dit gaat niet enkel over het heropenen van een fabriek, maar over het opnieuw laten ademen van een bijna verloren cultuur.
DE STEM VAN DE ANATOLISCHE VROUW ZWIJGT NIET
U herinnert zich vast dat vrouwen van de Vrouwencoöperatie van Bergama onlangs opnieuw begonnen zijn met het weven van het tapijt dat te zien is op een schilderij van Pieter de Hooch, een Hollandse meester uit de Gouden Eeuw.
Elke knoop was als een gebed dat van het verleden naar het heden werd gedragen.
En nu wordt in Deventer gesproken over de hergeboorte van de Smyrna-tapijten.
Als deze geruchten waarheid worden, zal het Turkse tapijt in de Smyrnastraat opnieuw tot leven komen.
En dat zal meer zijn dan zomaar een tapijt — het zal de stem van de Anatolische vrouw zijn, de stem van die stille heldinnen door de eeuwen heen.
SOMS IS EEN TAPIJT MEER DAN EEN TAPIJT
Beste lezers,
Soms is een tapijt niet alleen iets wat op de grond ligt, maar een erfgoed dat van generatie op generatie wordt doorgegeven.
Als dit project werkelijkheid wordt, kunnen we zeggen: “Het Turkse tapijt beleeft in Nederland zijn tweede lente.”
De geruchten over het herleven van de tapijtfabrieken aan de Smyrnastraat in Deventer doen me niet alleen denken aan een industrieel initiatief, maar ook aan een hernieuwde band met de geschiedenis.
Want het Turkse tapijt is niet zomaar een handelsproduct; het is een stille maar krachtige getuige van een identiteit, een geschiedenis en een cultuur.
Ik wil hier ook een persoonlijk gevoel van trots delen.
Precies vijftig jaar geleden was ik de eerste die het verhaal schreef van het tapijt dat Turkije schonk aan het Internationaal Gerechtshof (Hoge Raad van Justitie) in Den Haag.
Dat tapijt werd in de erezaal gelegd en symboliseerde zowel de kunst als het rechtvaardigheidsbesef van het Turkse volk.
Sindsdien heb ik het lot van dat tapijt stap voor stap gevolgd.
Drie jaar geleden werd het voor restauratie tijdelijk naar Turkije gebracht.
Na voltooiing werd het opnieuw naar Den Haag teruggebracht.
Ik heb ook dat nieuws opgeschreven, met bij elke zin de gedachte aan het geduld, de toewijding en het vakmanschap van de Anatolische vrouw.
EEN BOODSCHAP VOR VERLEDEN EN TOEKOMST
Als een van die historische fabrieken in Deventer, waar ooit de Smyrna-tapijten werden vervaardigd, nieuw leven krijgt, zal dat niet slechts een lokaal cultureel initiatief zijn.
Het zal een hernieuwde zichtbaarheid betekenen van de Turkse sporen in Europa —
een boodschap aan zowel het verleden als de toekomst.
Bovendien heeft dit initiatief ook een politieke dimensie.
Cultuur is niet enkel iets dat in musea bewaard blijft; het is ook de sterkste brug in internationale relaties.
In de soms wisselvallige betrekkingen tussen Turkije en Nederland kan een gezamenlijk cultureel erfgoedproject als dit, een nieuwe warmte en vriendschap brengen.
De heropleving van Anatolische knopen in Nederland kan de stevigste verbinding vormen tussen onze twee naties.
Laten we niet vergeten:
een tapijt wordt niet alleen uit draden geweven.
Het is het weefsel van geduld, gebeden, dromen en waardigheid, door de handen van vrouwen door de eeuwen heen gesponnen.
Elk Smyrna-tapijt dat in Deventer opnieuw geweven zal worden, zal de hergeboorte betekenen van de Turkse cultuur in Nederland.
Ik geloof hier oprecht in:
Als het Turkse tapijt in de Smyrnastraat opnieuw tot leven komt, zal dat niet slechts een economische activiteit zijn, maar het glanzendste symbool van de arbeid van de Turkse vrouw,
de eer van de Turkse cultuur, en de vriendschap tussen Turkije en Nederland.
Hollanda İçişleri eski Bakanı’nın eşi olduğu için, Türk kuruluşlarının protokol listesinde bulunan bu siyasetçinin gördüğü lütuf, yurttaşlarımızı üzüyor.
Dün yayınladığım, Asala tarafından öldürülen Ahmet Benler haberinden sonra yurttaşlarımızın gündemine oturan bu siyasetçi, sözde ‘Ermeni Soykırımı’nın, Türk toplumu tarafından içselleştirilmesine çalışacağını belirtmişti.
Coşkun Çörüz isimli siyasetçi, bu davayı, ülkedeki Türk toplumu içinde en sert muhaliflere, örneğin Bozkurtlar
gibi milliyetçi gruplara karşı da savunmaya hazır olduğunu söylemişti.
(Haberin Hollandacası en sonda Nederlandse versie van het nieuws staat onderaan)
İlhan KARAÇAY yazdı:
Hollanda’da Türk toplumunun yakından tanıdığı bir isim olan, CDA (Hristiyan Demokratlar Birliği) partisinin eski milletvekili Coşkun Çörüz, yeniden gündemde. Nedeni ise, yıllar önce yaptığı ve sözde “Ermeni soykırımı”nın Hollanda’daki Türk toplumu tarafından “içselleştirilmesi gerektiğini” savunan açıklamaları.
Bu çıkışıyla büyük tepki çeken Çörüz’ün, Hollanda İçişleri eski Bakanı olan Judith Uitermark’ın eşi olması nedeniyle Türk kuruluşlarının bazı etkinliklerinde ön sıralarda yer alması, yurttaşlarımız arasında rahatsızlık yaratıyordu.
Coşkun Çörüz’ün eşi Judith Uitermark, şimdi düşük vaziyette olan Hollanda hükümetinde İçişleri Bakanlığı yapıyordu. Partisinin koalisyondan çekilmesi ile, kendisi de Bakanlıktan çekildi. Eşi Bakan olan Coşkun Çörüz de, Türk kuruluşları tarafından protokolün ön sıralarına alınmıştı. Üstteki fotoğraflarda, Lahey eski Büyükelçimiz Selçuk Ünal’ın da katıldığı DTİK’in yemekli toplantısından görüntüler var.
Üstteki fotoğraflarda da, aynı çift, Amsterdam’daki Türk Bilgi ve Belge Merkezi tarafından organize edilen Kadınlarımızın Yeri programında ve Yunus Emre Enstitüsü tarafından düzenlenen toplantılarda görülüyor.
Türk toplumundan bazı temsilciler, “ASALA’nın katlettiği diplomatlarımızın hatırasına saygı duymayan, Türk milletine haksızlık eden bir siyasetçiye bu denli protokol lütfu gösterilmesi üzücü” diyerek tepkilerini dile getiriyor.
ASALA ŞEHİDİ AHMET BENLER ANMASI VE GÜNDEME GELEN TEPKİLER
Önceki gün, lanet olası ASALA terör örgütü tarafından şehit edilen, Lahey Büyükelçimiz Özdemir Benler’in oğlu Ahmet Benler için düzenlenen anma töreni sırasında, bazı yurttaşlar bu konuyu yeniden gündeme getirdi.
Gazeteci olarak bana ulaşan birçok kişi, “Türk diplomatları katleden ASALA’yı kınamak yerine, Ermeni iddialarını meşrulaştıran bir Türk kökenli siyasetçinin onurlandırılması kabul edilemez” görüşünü paylaştı.
Yurttaşlarımız bu durumu, bir gazeteci olarak bana şikâyet edip duruyorlardı.
Ben ise bunu yazmaktan imtina ediyordum.
Ama, önceki gün, lanet olası ASALA tarafından öldürülen, Lahey Büyükelçimizi oğlu Ahmet Benler’in anma törenini yazarken bu konuya da değinmek istedim.
O günün anlamını bozmamak için, bu konuyu erteledim ve bugüne aldım.
“ERMENİ SOYKIRIMI” KONUSUNDAKİ AÇIKLAMALARI
Coşkun Çörüz’ün bu konudaki tutumu, 6 Ekim 2006 tarihinde Hollanda’nın Trouw gazetesinde Eildert Mulder imzasıyla yayımlanan bir röportajla netleşmişti.
Haberde, Çörüz şu ifadeleri kullanmıştı: “Hollanda toplumunda Ermeni soykırımı üzerine bir tartışma başlatmak istiyorum. 2004 yılında Hristiyan Birlik Partisi’nin önerisiyle Meclis’ten geçen ve 1915 olaylarını ‘soykırım’ olarak nitelendiren kararı herkesin kabul etmesi gerekir. Artık bu konuyu halka anlatmanın zamanı geldi.”
Çörüz, Türk toplumundaki en sert muhaliflere, özellikle de milliyetçi çevrelere karşı bu görüşü savunmaya hazır olduğunu da belirtmişti: “Bu zor bir tartışma olacak. Ama hedefim, Türk toplumunun 2004’teki kararı içselleştirmesi” diyen Çörüz, daha önce “namus cinayetleri” konusundaki tabuların da zamanla yıkıldığını hatırlatarak benzer bir sürecin Ermeni meselesinde de yaşanabileceğini savunmuştu.
TÜRK TOPLUMUNDAN GELEN ELEŞTİRİLER
Bugün Hollanda’daki Türk toplumu, bir yandan geçmişteki terör saldırılarıyla acısını yaşamaya devam ederken, diğer yandan kendi kökenlerinden gelen bir siyasetçinin bu tür söylemlerini derin bir hayal kırıklığıyla izliyor.
Yurttaşlar, “ASALA kurbanlarını anarken, bu cinayetleri unutturmaya çalışan, Türk milletini soykırımla suçlayan bir kişiye protokolde yer verilmesi hem etik hem de vicdani değildir” diyor.
Son olarak şunu söyleyebilirim: Hollanda’da uzun yıllar Türk toplumunu temsil ettiğini iddia eden Coşkun Çörüz’ün, geçmişte “Ermeni soykırımını Türklerin kabul etmesi gerekir” yönündeki sözleri, bugün hâlâ tepki çekmeye devam ediyor.
ASALA’nın kanlı saldırılarında hayatını kaybeden diplomatlarımızın hatırası tazelenirken, bu sözler yurttaşlarımızın hafızasında acı bir yara olarak duruyor.
Türk toplumunun beklentisi ise açık:
Tarihi çarpıtan ve Türk milletine iftira atan her türlü söylem karşısında sessiz kalınmaması, milli değerlerimize sahip çıkılması.
COŞKUN ÇÖRÜZ’ÜN SİYASİ KARİYERİ VE EŞİ JUDITH UITERMARK İLE YAŞAMI
2001–2012 yılları arasında Hollanda Temsilciler Meclisi’nde görev yapan Coşkun Çörüz, entegrasyon, güvenlik ve adalet konularında aktif rol oynamış bir siyasetçidir. Haarlem kentinde belediye meclis üyeliğiyle başlayan siyasi yaşamı, CDA saflarında ulusal düzeye taşınmıştır.
Eşi Judith Uitermark ise Hollanda siyasetinde ve kamu yönetiminde tanınmış bir isimdir. 2025’in geçen ayına kadar Hollanda İçişleri Bakanlığı görevinde bulunmuş, partisi koalisyondan çekilince bakanlık görevinden ayrılmıştır.
Judith ve Coşkun çifti, 1990’lı yıllarda Haarlem Belediye Meclisi’nde tanışmış, kamu hizmetine olan ortak tutkuları onları hem mesleki hem de özel yaşamda birbirine yakınlaştırmıştır.
Uitermark, hukuk ve kamu yönetimi eğitimi alırken başladığı bu kariyerinde, “Kuralların insanlar üzerindeki etkisini anlamak istedim, kitaplar bana bunu öğretemezdi” diyerek halka dokunan bir yönetim anlayışını savunmuştur.
BAKALIM GÜNLER NE GETİRECEK?: ÇÖRÜZ’E SAMİMİ SÖZLERİM:
Coşkun Çörüz hakkında kaleme aldıklarım, elbette kendisi ve eşi için üzücü olacaktır. Ancak, Çörüz’ün, bizim için ‘sözde’ ama kendisi için ‘varit’ olan Ermeni soykırımı iddiasını açıkça dile getirmesi ve bunu medyaya da yansıtması, benim şimdi yazacak olduklarımı bağışlatacak cinstendir.”
Kendisi, yıllar boyunca hem Hollanda’daki Türk toplumu içinde tanıdığı kişiler, hem de yakın dostlarıyla saygıdeğer bir ilişki kurmuştur. Bu nedenle, yaptığı açıklamalar yalnızca beni değil, onu seven ve güvenen pek çok kişiyi de hayal kırıklığına uğratmıştır.
Dilerim ki, zamanın getireceği gelişmelere baktığında, söylediği sözlerin yol açtığı kırgınlıkları fark eder.
Ve umarım ki, bu yanlış değerlendirmesini düzeltecek yeni bir beyanıyla, incittiği gönülleri onarır, yeniden Türk toplumunun vicdanında yer bulur.
SONUÇ VE DEĞERLENDİRME
Coşkun Çörüz’ün yıllar önce dile getirdiği sözler, bugün hâlâ Hollanda’daki Türk toplumu arasında yankı bulmaya devam ediyor. Bu yankının nedeni yalnızca tarihî bir tartışma değildir. Esas mesele, bir Türk kökenli siyasetçinin, kendi toplumunun en derin acılarını ve haksızlığa uğramışlık duygusunu göz ardı etmesidir.
ASALA terörünün karanlık yıllarında, diplomatlarımızı hedef alan kanlı saldırıların acısı hâlâ tazeyken, bu saldırıların gölgesinde “soykırımın içselleştirilmesi” çağrısında bulunmak, sadece siyasi bir tercih değil, vicdani bir kopuştur.
Bizim için “sözde” olan bu iddialar, Çörüz için “varit” olabilir. Ama unutulmamalıdır ki, tarih, siyasetçilerin beyanlarıyla değil, milletlerin hafızasıyla yazılır. Türk milleti, yüz yıl önce yaşanan trajik olayların hesabını çoktan vicdanında vermiştir. Bugün yapılması gereken, bu acıları siyasete malzeme etmek değil, ortak bir geleceğe yönelmektir.
Coşkun Çörüz’ün bugünkü suskunluğu, geçmişteki sözlerinin ağırlığını azaltmıyor. Aksine, Türk toplumunda derin bir kırgınlık yaratmaya devam ediyor. Oysa ki, yıllar boyunca Türk toplumu içinde saygın bir konum edinmiş, dostluklar kurmuş bir isim olarak, ondan beklenen şey pişmanlık ya da savunma değil; gerçeği görme cesaretiydi.
Tarihin bu hassas sayfasında, bizler için önemli olan, kimin ne dediği değil, milletimizin onurudur. Çünkü biz, tarihimizi inkâr ettirmeyeceğiz, ama düşmanlık da üretmeyeceğiz. Gerçeği savunmak, kinle değil bilgiyle olur.
Coşkun Çörüz’ün bir gün bu gerçeği fark edeceğine ve kendi toplumunun vicdanında yeniden yer bulacağına inanmak istiyorum. Çünkü hiçbir siyasi kariyer, bir milletin onurundan daha değerli değildir.
—————————————————————————————————————-
——————————————————————————————————————— Yukarıdaki, okuyucu mektupları bölümünde, Coşkun Çörüz’ün söylemlerini referans olarak gösteren biri, Coşkun Çörüz’ün Türk kökenli bir Hollanda milletvekili olduğu belirtiliyor ve 1915 olaylarını ‘Ermeni soykırımı’ olarak tanıdığı ifade ediliyor.
Not: Protokol gereği, davetlerden eksik olmayan Coşkun Çörüz’ü, Ahmet Benler’i anma töreninde görmeyenler şaşırmamışlardır herhalde.
Hollanda medyasında Coşkun Çörüz hakkında yayınlanan haberlerde, birebir tercüme ile şunlar yazılıydı:
CDA MİLLETVEKİLİ CÖRÜZ: ŞİMDİ SOYKIRIM ÜZERİNE KONUŞMA ZAMANI HERKES 2004 TARİHLİ SOYKIRIM KARŞITI ÖNERGEYİ KABUL ETMELİ
Eildert Mulder – 6 Ekim 2006
CDA milletvekili Coşkun Çörüz, Hollanda toplumunda Ermeni soykırımı üzerine bir tartışma başlatmak istiyor.
Bu konuda çıkış noktası, 1915’te Ermenilere yapılan toplu katliamları soykırım olarak nitelendiren ve tüm Temsilciler Meclisi’nin desteklediği 2004 tarihli ChristenUnie önergesi.
Çörüz: “Hükûmet bu önergeyi benimsedi, Avrupa Parlamentosu da aynı şekilde kabul etti. Şimdiye kadar siyasi çevrelerde tartıştık, ama artık halkla konuşmanın zamanı geldi. Artık konuyu tabana taşımamız gerekiyor.”
Türk kökenli olan Çörüz, son üç haftadır Ermeni soykırımı konusundaki tartışmalar sırasında sessiz kalmıştı.
Ancak Trouw gazetesine yaptığı açıklamada, ChristenUnie’nin önergesinin tamamen arkasında olduğunu açıkça belirtiyor.
Çörüz, bu önergeyi, ülkedeki Türk toplumu içinde en sert muhaliflere, örneğin Bozkurtlar gibi milliyetçi gruplara karşı da savunmaya hazır olduğunu söylüyor.
Bu konunun “zor ve hassas bir tartışma” olacağını öngörüyor.
Amaç, Hollanda’daki Türk toplumunun 2004 tarihli önergeyi “içselleştirmesi”.
Çörüz, sert muhalifleri ikna etmenin de mümkün olduğuna inanıyor ve daha önce tabu konular olan namus cinayetleri üzerine yürütülen tartışmaları örnek gösteriyor.
Çörüz: “O zaman da pek çok tabu ve inkâr biçimiyle karşılaşıyorduk. Namus cinayetleri yoktur, çünkü din buna karşıdır, deniyordu. Oysa elbette vardı. Camileri işin içine katmak zordu, çünkü bu durumda suçun dine yükleneceği düşünülüyordu. Bazen uzun zaman alır, ama sonunda konu bir şekilde gündeme gelir. Geçen yıl Nieuwspoort’ta, namus cinayetleriyle mücadele için çok somut öneriler içeren bir eylem planı açıklandı. Bütün Diyanet camileri ve birçok kurum oradaydı.”
Çörüz, Ermeni soykırımı konusundaki tartışmanın da aynı biçimde yürütülmesini istiyor — yalnızca Ermeniler ve Türkler arasında değil, aynı zamanda Türkler arasında da.
Onun için hedef açıktır: 2004 tarihli soykırım karşıtı önergenin toplum tarafından kabul edilmesi.
ChristenUnie, geçtiğimiz haziranda bir yasa teklifi sundu. Bu teklif, soykırımı aşağılayıcı biçimde inkâr edenlere en fazla bir yıl hapis cezası öngörüyor.
Teklif, 1915’te Ermenilere yapılanları inkâr edenleri de kapsıyor.
Ancak ceza uygulanabilmesi için, inkârcıların nefret kışkırtması ya da insanları bilerek incitmesi gerekiyor.
Bunu sürekli yapanlar ise iki yıla kadar hapis cezası alabilecek.
Ayrıca, Coşkun Çörüz’ün, kendisine göre varit olan Ermeni Soykırımı konusunu, okul kitaplarına koydurmak için mücadele edeceği şeklinde beyanat verdiği de söyleniyor.
******************
EEN NEDERLANDSE POLITICUS VAN TURKSE AFKOMST DIE DE DADEN VAN LAFFE ASALA NEGEERT, KRIJGT KRITIEK: COŞKUN ÇÖRÜZ ONDER VUUR
Omdat hij de echtgenoot is van de voormalige Nederlandse minister van Binnenlandse Zaken, staat deze politicus op de protocollijsten van Turkse organisaties — iets wat veel van onze landgenoten stoort.
Na mijn bericht over Ahmet Benler, die door Asala werd vermoord, kwam deze politicus opnieuw in de belangstelling. Hij had eerder verklaard dat hij zou proberen de zogenaamde “Armeense genocide” door de Turkse gemeenschap te laten internaliseren.
Coşkun Çörüz, zoals deze politicus heet, zei dat hij deze zaak zelfs tegenover de meest felle tegenstanders binnen de Turkse gemeenschap — zoals nationalistische groepen als de Grijze Wolven — zou verdedigen.
(Haberin Hollandacası en altta.
Nederlandse versie van het nieuws staat onderaan)
Geschreven door: İlhan KARAÇAY
Coşkun Çörüz, een naam die goed bekend is binnen de Turkse gemeenschap in Nederland en oud-parlementslid van de CDA (Christen-Democratisch Appèl), is opnieuw onderwerp van gesprek.
De reden is zijn uitspraken van jaren geleden, waarin hij betoogde dat de zogenaamde “Armeense genocide” door de Turkse gemeenschap in Nederland geaccepteerd en geïnternaliseerd moest worden.
De echtgenote van Coşkun Çörüz, Judith Uitermark, was minister van Binnenlandse Zaken in het inmiddels demissionaire Nederlandse kabinet.
Toen haar partij zich uit de coalitie terugtrok, legde zij haar functie neer.
Haar echtgenoot, Coşkun Çörüz, kreeg bij Turkse organisaties vaak een plaats op de eerste rij van het protocol. Op de foto’s hierboven zijn beelden te zien van het diner van DTİK, waaraan ook onze voormalige ambassadeur in Den Haag, Selçuk Ünal, deelnam.
Op de foto’s hierboven is hetzelfde echtpaar te zien tijdens het programma “De Plaats van Onze Vrouwen”, georganiseerd door het Turks Informatie- en Documentatiecentrum in Amsterdam, en tijdens bijeenkomsten georganiseerd door het Yunus Emre Instituut.
Deze uitspraak veroorzaakte destijds veel verontwaardiging. Het feit dat Çörüz, als echtgenoot van Judith Uitermark — voormalig minister van Binnenlandse Zaken van Nederland — bij Turkse evenementen een ereplaats kreeg, zorgde voor wrevel onder onze landgenoten.
Judith Uitermark bekleedde tot voor kort de functie van minister van Binnenlandse Zaken in het inmiddels demissionaire kabinet. Nadat haar partij zich uit de coalitie had teruggetrokken, nam ook zij ontslag.
Haar echtgenoot, Coşkun Çörüz, werd vervolgens door verschillende Turkse organisaties in de protocollaire ereplaatsen opgenomen.
Sommige vertegenwoordigers van de Turkse gemeenschap verklaarden: “Het is pijnlijk om te zien dat een politicus die geen respect toont voor de nagedachtenis van onze door ASALA vermoorde diplomaten en die de Turkse natie onrecht aandoet, met zoveel eer wordt bejegend.”
HERDENKING VAN ASALA-SLACHTOFFER AHMET BENLER EN DE REACTIES
Tijdens de herdenkingsceremonie voor Ahmet Benler, de zoon van onze vermoorde ambassadeur Özdemir Benler, die door de verdoemde terreurorganisatie ASALA werd vermoord, werd dit onderwerp opnieuw aangesneden.
Vele mensen namen contact met mij op en zeiden: “Het is onaanvaardbaar dat een politicus van Turkse afkomst, in plaats van de moorden van ASALA te veroordelen, de Armeense beweringen legitimeert en toch wordt geëerd.”
Onze landgenoten bleven deze kwestie bij mij aankaarten.
Ik had mij tot nu toe onthouden van het schrijven erover.
Maar toen ik het verslag maakte van de herdenking van Ahmet Benler, kon ik er niet langer omheen.
Om de betekenis van die dag niet te verstoren, stelde ik het uit — tot vandaag.
UITSPRAKEN OVER DE “ARMEENSE GENOCIDE”
Çörüz’ houding over dit onderwerp werd duidelijk in een interview dat op 6 oktober 2006 verscheen in de krant Trouw, geschreven door Eildert Mulder.
Daarin zei Çörüz: “Binnen de Nederlandse samenleving wil ik een discussie starten over de Armeense genocide. De motie van 2004, ingediend door de ChristenUnie en aangenomen door de Tweede Kamer, waarin de gebeurtenissen van 1915 als ‘genocide’ worden erkend, moet door iedereen worden geaccepteerd. Het is tijd om dit aan het publiek uit te leggen.”
Çörüz voegde eraan toe dat hij bereid was dit standpunt te verdedigen, zelfs tegenover de felste tegenstanders binnen de Turkse gemeenschap, met name de nationalistische kringen: “Het zal een moeilijke discussie worden. Maar mijn doel is dat de Turkse gemeenschap de beslissing van 2004 internaliseert,” zei hij.
Hij verwees daarbij naar eerdere discussies over eerwraak en taboes die in de loop der tijd doorbroken werden — volgens hem zou hetzelfde moeten gebeuren met de Armeense kwestie.
KRITIEK UIT DE TURKSE GEMEENSCHAP
Vandaag de dag leeft de Turkse gemeenschap in Nederland nog steeds met het verdriet van de terreuraanslagen uit het verleden.
Dat juist een politicus van Turkse afkomst zulke uitspraken doet, wordt door velen ervaren als een bittere teleurstelling.
Landgenoten zeggen: “Terwijl we onze door ASALA vermoorde diplomaten herdenken, is het moreel en ethisch onaanvaardbaar dat iemand die deze misdaden relativeert en de Turkse natie van genocide beschuldigt, een ereplaats krijgt.”
Coşkun Çörüz, die jarenlang beweerde de Turkse gemeenschap in Nederland te vertegenwoordigen, blijft kritiek ontvangen op zijn uitspraken uit het verleden dat “de Turken de Armeense genocide moeten erkennen”.
Terwijl de herinnering aan onze diplomaten die door ASALA werden vermoord levend wordt gehouden, blijven zijn woorden als een pijnlijke wond bestaan in het geheugen van de gemeenschap.
De verwachting van de Turkse gemeenschap is duidelijk:
Er mag niet gezwegen worden tegenover elke poging om de geschiedenis te verdraaien of de Turkse natie te beledigen; onze nationale waarden moeten worden verdedigd.
POLITIEKE LOOPBAAN VAN COŞKUN ÇÖRÜZ EN ZIJN LEVEN MET JUDITH UITERMARK
Tussen 2001 en 2012 was Coşkun Çörüz lid van de Tweede Kamer, waar hij actief was op het gebied van integratie, veiligheid en justitie. Zijn politieke loopbaan begon in de gemeenteraad van Haarlem en bracht hem later op nationaal niveau binnen de CDA.
Zijn echtgenote, Judith Uitermark, is een bekende figuur in de Nederlandse politiek en publieke sector. Tot vorige maand was zij minister van Binnenlandse Zaken, maar nadat haar partij zich uit de coalitie had teruggetrokken, legde zij haar functie neer.
Judith en Coşkun leerden elkaar kennen in de jaren negentig, toen zij beiden actief waren in de gemeentepolitiek van Haarlem. Hun gezamenlijke toewijding aan publieke dienst bracht hen dichter bij elkaar — zowel professioneel als privé.
Uitermark, opgeleid in rechten en bestuurskunde, zei ooit: “Ik wilde begrijpen wat regels met mensen doen — dat leer je niet uit boeken.”
Daarmee onderstreepte zij haar streven naar een bestuur dat dichtbij de burger staat.
LATEN WE AFWACHTEN WAT DE TIJD ZAL BRENGEN:
MIJN OPRECHTE WOORDEN AAN ÇÖRÜZ
Wat ik over Coşkun Çörüz heb geschreven, zal ongetwijfeld pijnlijk zijn voor hem en zijn echtgenote.
Maar het feit dat Çörüz de – voor ons zogenoemde, maar voor hem ‘echte’ – Armeense genocide openlijk heeft uitgesproken en dit ook via de media heeft laten weerklinken, maakt wat ik nu schrijf volkomen te begrijpen.
Hij heeft jarenlang met respectvolle banden geleefd binnen de Turkse gemeenschap in Nederland en had vele goede vrienden. Daarom hebben zijn uitspraken niet alleen mij, maar ook velen die hem kenden en waardeerden, diep teleurgesteld.
Ik hoop dat Çörüz, wanneer hij in de toekomst op de ontwikkelingen terugkijkt, zal beseffen hoeveel harten hij heeft gekwetst.
En ik wens dat hij met een nieuwe verklaring, waarin hij zijn vergissing rechtzet, de beschadigde gevoelens weer zal helen en zijn plaats in het geweten van de Turkse gemeenschap zal terugvinden.
CONCLUSIE EN BEOORDELING
De uitspraken die Coşkun Çörüz jaren geleden deed, blijven vandaag de dag nog steeds resoneren binnen de Turkse gemeenschap in Nederland. De reden daarvoor is niet slechts een historisch debat, maar vooral het gevoel dat een politicus van Turkse afkomst de diepste emoties en het rechtvaardigheidsgevoel van zijn eigen gemeenschap heeft genegeerd.
Terwijl de pijn van de bloedige aanslagen van de terroristische organisatie ASALA nog steeds voelbaar is, wordt het als pijnlijk ervaren dat iemand in die context oproept om de zogenaamde “Armeense genocide” te aanvaarden en te internaliseren. Dat is niet enkel een politieke keuze, maar ook een morele verwijdering van de eigen wortels.
Voor ons blijft dit een zogenaamde genocide, maar voor Çörüz is ze blijkbaar waar. Toch mag men niet vergeten dat de geschiedenis niet wordt geschreven door politieke uitspraken, maar door het geheugen van volkeren. Het Turkse volk heeft al lang geleden met zijn geweten afgerekend over wat er honderd jaar geleden is gebeurd. Wat nu nodig is, is niet het politiseren van dat verleden, maar het bouwen aan een gezamenlijke toekomst.
De stilte van Coşkun Çörüz vandaag vermindert niet de zwaarte van zijn vroegere woorden. Integendeel, ze wekt nog steeds teleurstelling en verdriet binnen de Turkse gemeenschap. Van iemand die jarenlang gerespecteerd werd en vriendschappen opbouwde binnen die gemeenschap, werd niet spijt of verdediging verwacht, maar moed om de waarheid te erkennen.
In dit gevoelige hoofdstuk van de geschiedenis gaat het voor ons niet om wat iemand zegt, maar om de eer van ons volk. Wij zullen onze geschiedenis niet laten ontkennen, maar ook geen vijandschap zaaien. De waarheid verdedigen doe je niet met haat, maar met kennis.
Ik wil geloven dat Coşkun Çörüz op een dag dit inzicht zal krijgen en opnieuw een plaats zal vinden in het geweten van de Turkse gemeenschap. Want geen enkele politieke loopbaan is waardevoller dan de eer van een volk.
—————————————————————————————————————-
———————————————————————————————————————In de bovenstaande rubriek met lezersbrieven verwijst iemand naar de uitspraken van Coşkun Çörüz als referentie. Daarbij wordt vermeld dat Coşkun Çörüz een Nederlands parlementslid van Turkse afkomst is en dat hij de gebeurtenissen van 1915 heeft erkend als de ‘Armeense genocide’.
Noot: Volgens het protocol ontbreekt Coşkun Çörüz zelden bij officiële uitnodigingen.
Dat hij echter niet aanwezig was bij de herdenking van Ahmet Benler, zal waarschijnlijk niemand hebben verbaasd.
In de Nederlandse media stond over Coşkun Çörüz het volgende geschreven:
CDA-KAMERLID CÖRÜZ: NÚ PRATEN OVER GENOCIDE IEDEREEN MOET STRAKS ANTI-GENOCIDE-MOTIE UIT 2004 AANVAARDEN
door Eildert Mulder – gepubliceerd op 6 oktober 2006
CDA-Kamerlid Coskun Cörüz wil binnen de Nederlandse samenleving een debat op gang brengen over de Armeense genocide.
Uitgangspunt daarbij is de door de hele Tweede Kamer gesteunde motie van de ChristenUnie uit 2004, die de massamoorden op de Armeniërs in 1915 een genocide noemt.
Cörüz: „De regering heeft die motie overgenomen en het Europese parlement ook. Tot nu toe zijn we bezig geweest in politieke gremia maar nu is de tijd om de discussie met het publiek aan te gaan. De vertaalslag naar beneden moet er nu komen.”
Cörüz, zelf van Turkse komaf, heeft bij het tumult over de Armeense genocide in de afgelopen drie weken zijn mond niet opengedaan.
Maar tegen Trouw laat hij er geen twijfel over bestaan dat hij volledig achter de motie van de ChristenUnie staat.
Hij is bereid die motie ook te verdedigen tegenover de felste tegenstanders binnen de Turkse gemeenschap, zoals de nationalistische Grijze Wolven.
Hij voorspelt een heikele discussie.
Doel daarvan moet zijn dat de Turkse gemeenschap in Nederland de motie van 2004 „verinnerlijkt.”
Cörüz is optimistisch over de mogelijkheid om ook felle tegenstanders te overtuigen en wijst op eerdere debatten over onderwerpen die beladen waren met taboes, zoals eerwraak.
Cörüz: „Ook daar kwam je allerlei taboes en vormen van ontkenning tegen. Er werd gezegd dat eerwraak niet bestond omdat de godsdienst daartegen is. Maar het speelde natuurlijk wel. Het was moeilijk om moskeeën erbij te betrekken, want dan leek het alsof de godsdienst de schuld kreeg. Het kan soms lang duren maar dan staat iets ineens toch op de agenda. Vorig jaar werd een actieplan tegen eerwraak gepresenteerd in Nieuwspoort, met allerlei concrete voorstellen. Alle Diyanetmoskeeën en allerlei andere organisaties waren aanwezig.”
Op een vergelijkbare manier wil Cörüz het debat over de Armeense genocide laten voeren — tussen Armeniërs en Turken, maar ook tussen Turken onderling.
Het einddoel staat voor hem vast: maatschappelijke aanvaarding van de anti-genocide-motie van 2004.
De ChristenUnie kwam in juni met een initiatiefwetsvoorstel, dat een celstraf van maximaal één jaar stelt op de beledigende ontkenning van genocide.
Het wetsvoorstel richt zich ook op het ontkennen van wat er in 1915 met de Armeniërs is gebeurd.
Voorwaarde voor strafbaarstelling is wel dat genocideontkenners aanzetten tot haat, of weten dat mensen worden gekrenkt.
Wie dat regelmatig doet, kan voor twee jaar de cel in.
Bovendien wordt er gezegd dat Coşkun Çörüz heeft verklaard dat hij zal strijden om volgens hem het bestaande onderwerp van de Armeense Genocide in schoolboeken op te laten nemen.
GELECEĞİN BİLİM İNSANIYDI :Henüz 27 yaşında, zekâsı, disiplini ve çalışkanlığıyla geleceğin bilim insanı olmaya adım atmıştı. New York’ta sürdürdüğü doktora çalışmaları, dönemin çok ötesinde fikirlerle doluydu. Kimi arkadaşları ona “Türk Bill Gates’i” derdi. O, bilgisayar teknolojilerinin bir gün insan yaşamını kökten değiştireceğini görebilen nadir beyinlerden biriydi.
TERÖR, GELECEĞİ VURDU:Ama 12 Ekim 1979 sabahı, Lahey’deki evinden okuluna gitmek üzere otomobiline bindiğinde, hain ASALA terörünün hedefi olacağını bilemezdi. O gün, sadece bir genç diplomatın oğlu değil, Türkiye’nin geleceği de vurulmuştu. Arkasında yarım kalmış bir tez, bir fidan gibi büyümekte olan umutlar ve bir babanın bir gecede beyazlayan saçları kaldı.
YARIM KALAN HAYALLER: Oysa o, ülkesine döndüğünde teknoloji enstitüsü kurmayı, Türk gençlerini bilimle buluşturmayı hayal ediyordu. Şimdi ise adı, Lahey’deki anıtta ve Marmaris’teki okulda yaşıyor; hatırası ise hem bilimin ışığında hem de onu tanıyanların yüreğinde parlamaya devam ediyor.
(Haberin Hollandacası en altta. Nederlandse versie van het nieuws staat onderaan)
İlhan KARAÇAY yazdı…
Ermeni terör örgütü ASALA tarafından 12 Ekim 1979 tarihinde şehit edilen Türkiye’nin Lahey eski Büyükelçisi Özdemir Benler’in oğlu Ahmet Benler, bu yıl da Büyükelçilik önünde anıldı. Büyükelçi Fatma Ceren Yazgan ve kalabalık bir topluluğun çiçek bıraktıkları Ahmet Benler ile son anım, öldürülmesinden iki gün önceydi. Bir spor etkinliği için salonda bulunan Ahmet Benler’in son fotoğrafını o sırada çekmiştim.
Ahmet Benler, her yıl olduğu gibi bu yıl da 12 ekimde Büyükelçilik önünde anıldı. Büyükelçi Fatma Ceren Yazgan ve konuklar Benler’in anıtına çiçek bıraktılar.
12 Ekim 1979 günü Köln’de bir toplantıdaydım. Hürriyet’in hem Genel Müdürü ve hem de Genel Yayın Yönetmeni olan rahmetli Nezih Demirkent ile beraberdim.
O sırada Utrecht’teki büromdan bir telefon geldi. Büyükelçimizin oğlu Ahmet Benler’in öldürüldüğü haberini rahmetli Demirken’e aktardığım zaman, ‘Fırla’ lafını duydum.
Fırladım tabii. Otomobilim ile Hollanda’ya dönerken bir benzincide durdum.
Haber için, rahmetlinin Hollanda’da çekilmiş bir fotoğrafı gerekecekti. Tesadüfen iki gün önce çekmiş olduğum bir fotoğraf için İstanbul’u telefonla arayarak Yazı İşleri’ne bağlandım.: ‘ Önceki gün Avrupa Masası’na bir makara film gönderdim. Kareler arasında, salonda çekilmiş bir fotoğraf var. Tribünde çakilmiş olan grup fotoğrafın ortasında uzun boylu ve gözlüklü olan Ahmet Benler’dir.’ dedim.
Ertesi gün Ahmet Benler’in acı haberi, fotoğraflı olarak sadece Hürriyet’te yayınlanmıştı.
Ahmet Benler’in öldürüldüğü Lahey kentine rekor kırarak iki saaatte ulaşmıştım. Etraf hala polis tarafından çevriliydi.
Ahmet Benler iyi bir dosttu. Çok güzel anılarımız vardı. O’nun için, ‘Ölmeseydi, teknolojide bir Bill Gates olurdu’ ifadesi kullanılacak kadar ileri zekalıydı. Büyükelçi Özdemir Benler, biricik oğlunun katledilmesinden sonra, bir gün içinde bembeyaz olmuştu. Benler’in saçları bir gün içinde aklanmıştı.
İşte, Hürriyet’teki o haber ve Ahmet Benler’in fotoğrafı.
Ahmet Benler’in son fotoğrafını, öldürülmesinden sadece iki gün önce çekmiştim. Bir spor salonundaydık. Gözlüğünün ardından tebessüm eden o yüz, zekâsı kadar mütevazılığını da yansıtıyordu. O kareye her baktığımda, erken biten bir hayatın değil, yarım kalmış bir geleceğin sessiz yankısını duyarım.
ÖNCEKİ GÜNKÜ TÖREN
Bu yılki anma töreni, yalnızca Lahey’de değil, aynı anda Türkiye’de de yankı buldu. Lahey Büyükelçiliği ile, Benler ailesinin bağışlarıyla Marmaris’te yaptırılan Şehit Ahmet Benler İlkokulu arasında bu yıl da eş zamanlı bir tören gerçekleştirildi. Marmaris’teki okulda öğrenciler ve öğretmenler, bir dakikalık saygı duruşunun ardından İstiklal Marşı’nı okudular. Ardından yapılan konuşmalarda, Ahmet Benler’in temsil ettiği değerlerin ve ideallerin, okulun her öğrencisine ilham verdiği vurgulandı. Törenin sonunda okul bahçesinde bir fidan dikildi ve Ahmet Benler’in anısına karanfiller bırakıldı.
Lahey’deki törende konuşan Büyükelçi Fatma Ceren Yazgan, Ahmet Benler’in bir Türk büyükelçisinin evladı olduğu için hedef alındığını hatırlatarak, “46 yıl önce Lahey’de işlenen bu menfur saldırının failleri hâlâ adalet önünde hesap vermedi. Ancak biz, adaletin tecelli etmesi yönündeki sorumluluğumuzu unutmadık” dedi. Yazgan, Türk diplomatlarına yönelik saldırıların, bugün dahi hafızalarda diri tutulması gereken tarihi dersler taşıdığını vurguladı. “Ahmet Benler’in tek suçu, ülkesini temsil eden bir Türk’ün evladı olmaktı. Onun ve tüm şehitlerimizin hatırasını yaşatmak, milletimizin en büyük borcudur” ifadelerini kullandı.
Yazgan, konuşmasının sonunda şu sözlerle duygulandırdı:
“Türk milletinin tarihinde utanacağı hiçbir konu yoktur. Gelecek nesillerin de kimseye bir borcu bulunmamaktadır. Bizim borcumuz, şehitlerimizin adını yaşatmak, onların temsil ettiği adalet ve kararlılığı geleceğe taşımaktır.”
Tören, Büyükelçilik mensuplarının, Lahey Büyükelçiliği duvarında yer alan Ahmet Benler anı plaketine birer karanfil bırakmasıyla son buldu. Aynı anda Marmaris’teki öğrencilerin de benzer bir karanfil töreni yapması, Lahey ve Marmaris arasında anlamlı bir bağ kurdu. Bu sembolik birliktelik, hem iki ülke arasındaki dostluğu hem de Türk milletinin şehitlerine duyduğu derin vefayı bir kez daha gözler önüne serdi.
ÖLDÜRÜLMESEYDİ BILL GATES OLABİLİRDİ
Ahmet Benler, 5 yaşında başladığı ilk okulu, 9 yaşında bitirmiş bir insandı.
Ahmet Benler, şayet şehit edilmemiş olsaydı, teknolojide bugün bir Bill Gates olabilirdi.
Onun hayalleri, içinde bulunduğu çağın çok ötesindeydi. Daha 20’li yaşlarının başındayken, “Bir gün insanlar evlerinden çıkmadan çalışacak, dünyayı ceplerinde taşıyacaklar” derdi. Bilgisayarlara ve teknolojiye öylesine tutkuluydu ki, arkadaşlarına sık sık “Bir gün bilgiye tıklayarak ulaşacağız” diye anlatırdı. New York Politeknik Üniversitesi’nde yürüttüğü doktora çalışması da, o dönemin en ileri teknolojisi olan bilgisayar ağlarının geliştirilmesi üzerineydi. O, sadece bir bilim insanı olmanın değil, bilimi insanlığın hizmetine sunmanın hayalini kuruyordu.
Bir planı vardı: Doktorasını bitirdikten sonra Türkiye’ye dönüp, genç mühendislerle birlikte bir araştırma enstitüsü kurmak. “Türkiye kendi bilgisayarını üretecek, kendi yazılımını geliştirecek” demişti. Bu sözü, onu tanıyan herkesin aklında hâlâ taze durur. Amerika’daki profesörleri, zekâsına hayrandı. Hocalarından biri, “Bu çocuk geleceğin iletişim sistemini kafasında kurmuş bile” demişti.
Arkadaşlarının anlattığına göre Ahmet, geceleri kampüs laboratuvarlarında sabahlardı. Gözlüğünün ardından parlayan o zeki bakışlarıyla, bir devrin ötesini görüyordu. “Bir gün makineler birbirleriyle konuşacak, insanlar da bu ağın içinde yaşayacak” derken, bugünkü dijital dünyanın tohumlarını zihninde atıyordu.
Ne yazık ki o zihin, ASALA’nın hain kurşunlarıyla susturuldu. Henüz 27 yaşındaydı… Babası Özdemir Benler için bu acı, hiçbir kelimenin tarif edemeyeceği kadar büyüktü. Biricik oğlunun tabutunun başında, bir gecede bembeyaz olan saçlarıyla dimdik durmaya çalışıyordu. Dostları, “Özdemir Bey sabah başka, akşam başka bir insandı. Saçları bir gün içinde beyaza dönmüştü” diye anlatırlar. O gün, sadece bir evlat değil, Türkiye’nin geleceği de vurulmuştu.
O, çocukluğundan itibaren bilime ve yeniliğe adanmış bir ruhtu. Henüz ilkokul sıralarındayken oyuncaklarını parçalayıp içlerindeki mekanizmayı anlamaya çalışır, “Bir gün dünyayı kolaylaştıracak makineler yapacağım” dermiş. Üniversite yıllarında, arkadaşlarına geleceğin insanlarının birbirini “cam kutular” üzerinden görebileceğini, evlerden çıkmadan iş yapacaklarını anlatırmış. New York Politeknik Üniversitesi’nde yürüttüğü çalışmalarda, henüz kimsenin telaffuz etmediği bilgisayar ağları ve veri iletişimi üzerine kafa yoruyordu. Hedefi, Türkiye’ye dönüp, kendi ülkesinin gençleriyle birlikte bir teknoloji enstitüsü kurmaktı. “Bizim çocuklarımız da bir gün bilgisayar üretecek” sözü, onun ideallerinin özeti gibiydi. Babası Özdemir Benler, oğlunun bu parlak geleceğini her anlatışında gururla gülümserdi. Ne var ki o gurur, bir anda tarifsiz bir acıya dönüştü. Ahmet’in tabutu başında bir gecede beyazlayan saçları, hem bir babanın acısını hem de yitirilen bir umudu simgeliyordu.
Ahmet Benler’in adı, bugün hâlâ Lahey’deki Elçilik binasının önündeki anıtta yaşatılıyor. O anıt, sadece bir genç diplomatın değil, bir bilim dehasının, yarım kalmış bir hayalin simgesidir. O hayal ki, teknolojiyle insanlığı buluşturacak, Türkiye’yi bilişim çağının öncülerinden biri yapacak bir hayaldi.
*************************
46 JAAR GELEDEN WERD AHMET BENLER DOOR DE GEMENE TERREURORGANISATIE ASALA VERMOOORD — HIJ HAD EEN BILL GATES KUNNEN WORDEN…
HIJ WAS EEN WETENSCHAPPER VAN DE TOEKOMST: Hij was pas 27 jaar oud, maar al een genie dat de toekomst van de wetenschap vormgaf. Zijn intelligentie, discipline en vastberadenheid maakten van hem een belofte voor de wereld. Tijdens zijn promotieonderzoek aan het Polytechnic Institute of New York werkte hij aan ideeën die ver vooruitliepen op zijn tijd. Zijn vrienden noemden hem vaak “de Turkse Bill Gates”. Ahmet Benler behoorde tot die zeldzame geesten die konden voorzien dat computers het dagelijks leven van de mens volledig zouden veranderen.
TERRORISME VERMORDE DE TOEKOMST: Op de ochtend van 12 oktober 1979 stapte hij in zijn auto om van zijn huis in Den Haag naar de universiteit te rijden. Hij wist niet dat hij het doelwit zou worden van de laffe terreurorganisatie ASALA. Die dag werd niet alleen de zoon van een Turkse ambassadeur vermoord, maar ook een stukje van de toekomst van Turkije. Achterbleven een onafgewerkt proefschrift, dromen die als jonge twijgen groeiden, en het beeld van een vader wiens haar in één nacht wit werd van verdriet.
ONVOLTOOIDE DROMEN: Hij droomde ervan om na zijn promotie terug te keren naar zijn land en een technologisch onderzoeksinstituut op te richten. Zijn wens was om jonge Turkse ingenieurs met de wetenschap in contact te brengen. Vandaag leeft zijn naam voort, zowel op het monument bij de ambassade in Den Haag als op de school die in Marmaris zijn naam draagt. Zijn nagedachtenis schittert voort – in het licht van de wetenschap en in de harten van iedereen die hem heeft gekend.
İlhan KARAÇAY schreef…
Ahmet Benler, de zoon van Özdemir Benler — destijds de Turkse ambassadeur in Den Haag — werd op 12 oktober 1979 door de Armeense terreurorganisatie ASALA vermoord. Ook dit jaar werd hij herdacht voor de Ambassade. Ambassadeur Fatma Ceren Yazgan en een menigte bezoekers legden bloemen neer bij het monument van Ahmet Benler. Mijn laatste herinnering aan hem dateert van twee dagen vóór zijn dood. We waren samen in een sporthal voor een evenement. Op dat moment maakte ik zijn laatste foto.
Zoals elk jaar werd ook dit jaar op 12 oktober een herdenkingsplechtigheid gehouden bij de Ambassade. Ambassadeur Fatma Ceren Yazgan en de aanwezigen legden bloemen bij het gedenkteken van Benler.
Op 12 oktober 1979 was ik in Keulen voor een vergadering. Ik was daar samen met wijlen Nezih Demirkent, destijds algemeen directeur en hoofdredacteur van de krant Hürriyet. Op dat moment kreeg ik een telefoontje vanuit mijn kantoor in Utrecht: het bericht dat de zoon van onze ambassadeur, Ahmet Benler, was vermoord. Toen ik dit aan Demirkent vertelde, zei hij slechts één woord: “Rennen!”
En ik rende. Terwijl ik met mijn auto terugreed naar Nederland, stopte ik bij een benzinestation. Voor het nieuws had ik een foto van de overledene nodig — een foto die ik toevallig twee dagen eerder in Nederland had genomen. Ik belde de redactie in Istanbul: “Ik heb eergisteren een filmrol naar de Europese redactie gestuurd. Tussen de foto’s is er één, genomen in de sporthal. In het midden van de groepsfoto, op de tribune, staat de lange jongeman met een bril — dat is Ahmet Benler.”
De volgende dag verscheen het trieste nieuws van Ahmet Benler, mét foto, alleen in Hürriyet.
Ik bereikte Den Haag, de stad waar Ahmet Benler was vermoord, in een recordtijd van twee uur. De omgeving was nog steeds door de politie afgezet.
Ahmet Benler was een goede vriend. We deelden vele mooie herinneringen. Over hem werd gezegd: “Als hij niet was vermoord, had hij een Bill Gates kunnen worden.” Zo uitzonderlijk intelligent was hij. Zijn vader, ambassadeur Özdemir Benler, was na de moord op zijn enige zoon in één dag volledig grijs geworden. Zijn haar was in één nacht wit.
Hier boven is dat bericht uit Hürriyet, samen met de foto van Ahmet Benler.
Ik had de laatste foto van Ahmet Benler slechts twee dagen vóór zijn dood genomen. We waren in een sporthal. Achter zijn bril lag een glimlach die zijn bescheidenheid net zo goed uitdrukte als zijn intelligentie. Elke keer als ik naar die foto kijk, hoor ik niet het einde van een leven, maar de stille echo van een onafgemaakte toekomst.
DE HERDENKING VAN EEGISTEREN
De herdenkingsplechtigheid van dit jaar vond niet alleen in Den Haag plaats, maar weerklonk tegelijkertijd ook in Turkije. De Ambassade in Den Haag organiseerde, samen met de Şehit Ahmet Benler Basisschool in Marmaris — opgericht dankzij de steun van de familie Benler — een gelijktijdige ceremonie.
Op de school in Marmaris stonden leerlingen en leraren een minuut stil, gevolgd door het zingen van het Turkse volkslied. In de toespraken werd benadrukt dat de waarden en idealen die Ahmet Benler vertegenwoordigde, een inspiratiebron blijven voor elke leerling van deze school. Aan het einde van de ceremonie werd er in de schooltuin een boom geplant en werden er anjers neergelegd ter nagedachtenis aan Ahmet Benler.
Tijdens de plechtigheid in Den Haag herinnerde ambassadeur Fatma Ceren Yazgan eraan dat Ahmet Benler enkel werd geviseerd omdat hij de zoon was van een Turkse ambassadeur. “Zesenveertig jaar geleden vond hier in Den Haag een laffe aanval plaats waarvan de daders nog steeds niet voor het gerecht zijn gebracht,” zei ze. “Maar wij zijn onze verantwoordelijkheid niet vergeten om te blijven strijden voor gerechtigheid.”
Yazgan benadrukte dat de aanvallen op Turkse diplomaten destijds belangrijke lessen bevatten die ook vandaag niet vergeten mogen worden. “Het enige ‘vergrijp’ van Ahmet Benler was dat hij de zoon was van een Turk die zijn land vertegenwoordigde. De herinnering aan hem en aan al onze martelaren levend houden, is de grootste plicht van ons volk,” verklaarde ze.
Aan het einde van haar toespraak raakte Yazgan de aanwezigen diep met haar woorden: “Het Turkse volk heeft in zijn geschiedenis niets om zich voor te schamen. En de komende generaties hebben aan niemand een schuld te vereffenen. Onze enige plicht is om de namen van onze martelaren in ere te houden en hun gevoel voor rechtvaardigheid en vastberadenheid over te dragen aan de toekomst.”
De ceremonie eindigde met het neerleggen van anjers door het ambassadepersoneel bij de gedenkplaat van Ahmet Benler op de muur van de Turkse Ambassade in Den Haag. Tegelijkertijd deden de leerlingen in Marmaris hetzelfde.
Deze symbolische verbondenheid tussen Den Haag en Marmaris stond symbool voor zowel de vriendschap tussen de twee landen als voor de diepe dankbaarheid van het Turkse volk jegens zijn martelaren.
ALS HIJ NIET WAS VERMOOORD, HAD HIJ EEN BILL GATES KUNNEN WORDEN
Ahmet Benler begon op vijfjarige leeftijd aan de basisschool en rondde deze af toen hij pas negen was.
Als hij niet was vermoord, had hij vandaag de dag in de wereld van de technologie een Bill Gates kunnen zijn.
Zijn dromen reikten ver voorbij zijn tijd. Al begin twintig zei hij: “Op een dag zullen mensen kunnen werken zonder hun huis te verlaten, en zullen ze de hele wereld in hun zak dragen.” Zijn passie voor computers en technologie was grenzeloos.
Tegen zijn vrienden zei hij vaak: “Op een dag zullen we kennis kunnen aanraken om ze te bereiken.” Zijn doctoraat aan het Polytechnic Institute van New York richtte zich op de ontwikkeling van computernetwerken — destijds de meest geavanceerde technologie.
Hij wilde niet alleen een wetenschapper zijn, maar iemand die wetenschap ten dienste van de mensheid stelde.
Hij had een plan: na zijn promotie naar Turkije terugkeren om samen met jonge ingenieurs een onderzoeksinstituut op te richten. “Turkije zal zijn eigen computers bouwen en zijn eigen software ontwikkelen,” zei hij.
Die woorden staan nog altijd in het geheugen van iedereen die hem kende.
Zijn professoren in Amerika waren vol bewondering voor zijn intellect.
Een van hen zei ooit: “Deze jongen heeft het communicatiesysteem van de toekomst al in zijn hoofd gebouwd.”
Volgens zijn vrienden bracht Ahmet talloze nachten door in de laboratoria van de campus.
Achter zijn bril glansden ogen die verder keken dan hun tijd. “Op een dag zullen machines met elkaar praten, en de mens zal binnen dat netwerk leven,” zei hij — alsof hij toen al het digitale tijdperk zag aankomen.
Helaas werd dat briljante brein het zwijgen opgelegd door de kogels van ASALA.
Hij was nog maar 27 jaar oud…
Voor zijn vader, Özdemir Benler, was het een pijn die met geen enkel woord te beschrijven valt.
Aan het hoofd van de kist van zijn enige zoon stond hij rechtop, met in één nacht wit geworden haar.
Vrienden vertelden later: “De heer Benler was ’s ochtends een andere man dan ’s avonds. Zijn haar werd in één dag wit.” Die dag werd niet alleen een zoon vermoord, maar ook de toekomst van Turkije.
Vanaf zijn kinderjaren was hij toegewijd aan wetenschap en vernieuwing.
Al als schooljongen haalde hij zijn speelgoed uit elkaar om te begrijpen hoe het werkte en zei: “Eens zal ik machines maken die het leven van mensen gemakkelijker maken.” Tijdens zijn studiejaren vertelde hij zijn vrienden dat mensen in de toekomst elkaar via ‘glazen dozen’ zouden kunnen zien en van huis uit zouden werken.
In zijn onderzoek aan het Polytechnic Institute van New York dacht hij na over computernetwerken en gegevensuitwisseling — begrippen die toen nog nauwelijks bestonden.
Zijn doel was om terug te keren naar Turkije en samen met jonge mensen een technologie-instituut op te bouwen. “Onze kinderen zullen op een dag ook hun eigen computers bouwen,” zei hij — een zin die zijn idealen samenvat.
Zijn vader, Özdemir Benler, glimlachte altijd trots wanneer hij over de toekomst van zijn zoon sprak.
Maar die trots veranderde plots in een onuitsprekelijk verdriet.
Het wit geworden haar van Özdemir Benler aan het hoofd van zijn zoon’s kist symboliseerde zowel het verdriet van een vader als het verlies van een hoop.
Vandaag leeft de naam van Ahmet Benler voort — op het monument vóór de Turkse Ambassade in Den Haag.
Dat monument is niet alleen een eerbetoon aan een jonge diplomatenzoon, maar ook aan een briljant brein en een onafgemaakte droom.
Een droom die de mensheid met technologie zou verbinden en Turkije tot een pionier van het informatietijdperk had kunnen maken.
Het artikel van Kuipers is niet volledig onjuist; qua chronologische volgorde is het vrij goed geordend.Maar geschiedenis is meer dan alleen een opeenvolging van gebeurtenissen.
Om geschiedenis te begrijpen, moet men ook de motieven en intenties zien.
En juist daar gaat Kuipers de fout in: hij kijkt door de bril van het Westen.
De kop van Kuipers – “In 1908 bepaalden de Jong-Turken de koers van Turkije’s toekomst” – klinkt op het eerste gezicht aantrekkelijk. Inderdaad, de revolutie van de Jong-Turken was een belangrijk keerpunt op de weg van het Ottomaanse Rijk naar de Republiek.
Maar Kuipers presenteert deze zin niet alleen als een historische constatering, maar als een soort “westerse moderniseringsformule”. Alsof Turkije pas echt “op koers” lag wanneer het de moderniseringslijn volgde die door het Westen was uitgestippeld…
In de ogen van het Westen bestaat nog altijd het beeld van “de Turk die probeert te verwesteren, maar het nooit helemaal lukt.” Toch waren de Jong-Turken noch het “modelleerlingetje” van het Westen, noch de vertegenwoordigers van een volk dat ontwaakte dankzij westerse gunsten.
De Jong-Turken waren kinderen van hun eigen tijd, voortgekomen uit hun eigen maatschappelijke spanningen en op zoek naar hun eigen oplossingen.
(Turkse versie staat onderaan)
İlhan KARAÇAY schrijft:
Beste redactie,
Naar aanleiding van het recente artikel van Jan J.B. Kuipers over de Jong-Turken, heb ik onderstaande analyse geschreven. Het is geen polemiek, maar een uitnodiging tot een bredere blik op de geschiedenis van Turkije — vanuit zowel westerse als oosterse perspectieven. Ik hoop dat u het met interesse wilt lezen en eventueel wilt delen met uw lezers.Met vriendelijke groet, İlhan Karaçay
De Nederlandse auteur Jan J.B. Kuipers publiceerde onlangs een artikel met de titel “In 1908 bepaalden de Jong-Turken de koers van Turkije’s toekomst”
(Jonge Turken bepaalden in 1908 de koers van Turkije’s toekomst).
Ik heb zowel de originele Nederlandse versie als de Turkse vertaling zorgvuldig gelezen.
De historische gebeurtenissen zijn in de juiste volgorde geplaatst, de stijl is helder en de illustraties zijn aantrekkelijk.
Op het eerste gezicht lijkt het alsof een westerse geschiedenisliefhebber op neutrale wijze het verleden van Turkije samenvat.
Maar wie de tekst aandachtig leest, merkt al snel dat tussen de regels door de klassieke westerse kwaal van “vanuit boven kijken naar het Oosten” doorsijpelt.
Met andere woorden: tussen de historische feiten door zijn halve waarheden, ontbrekende contexten en herkenbare oriëntalistische accenten verweven.
Het bekende beeld van “de Turk die probeert te verwesteren, maar er nooit helemaal in slaagt” klinkt opnieuw door.
Toch is geschiedenis niet alleen een kwestie van documenten, maar ook van intenties.
En in het artikel van Kuipers vertellen de intenties meer over ideologie dan over geschiedenis.
Beste lezers,
Jullie hebben het artikel van Kuipers waarschijnlijk nog niet gelezen.
Eigenlijk zou het beter zijn om dat eerst te doen, maar omdat het vrij lang is, laat ik de keuze aan jullie.
Daarom heb ik de volledige tekst onderaan dit stuk toegevoegd.
Ter inleiding geef ik hieronder mijn eigen analyse van Kuipers’ benadering.
EEN GROTE CLAIM DIE BEGINT MET ÉÉN TITEL
De titel “In 1908 bepaalden de Jong-Turken de koers van Turkije’s toekomst” klinkt op het eerste gezicht aantrekkelijk.
Inderdaad, de revolutie van de Jong-Turken was een belangrijk keerpunt op de weg van het Ottomaanse Rijk naar de Republiek.
Maar Kuipers presenteert deze zin niet enkel als een historische constatering,
maar als een model van westerse modernisering.
Alsof Turkije’s toekomst pas echt “op koers” lag
voor zover het de moderniseringslijn volgde die door het Westen was uitgetekend…
Deze benadering is historisch gezien deels juist,
maar weerspiegelt mentaal gezien een westers superioriteitsdenken.
Want de Jong-Turken waren noch de “modelleerlingen” van het Westen,
noch de vertegenwoordigers van een volk dat ontwaakte dankzij westerse gunsten.
Zij waren kinderen van hun eigen tijd,
ontstaan uit hun eigen maatschappelijke spanningen
en op zoek naar hun eigen oplossingen.
GEEF DE FEITEN HUN RECHT
Het artikel van Kuipers is niet volledig onjuist; qua chronologische volgorde is het vrij goed opgebouwd.
Ja, in 1876 werd de Eerste Constitutionele Periode uitgeroepen,
in 1878 sloot Abdulhamid het parlement,
in 1908 werd onder leiding van het Comité voor Eenheid en Vooruitgang de Tweede Constitutionele Periode opnieuw uitgeroepen.
In 1909 vond de 31 Maart-opstand plaats,
in 1911 de oorlog in Tripolitanië,
in 1912 de Balkanoorlogen,
en in 1913 greep het driemanschap Enver–Talat–Cemal de macht.
Uiteindelijk viel het rijk in 1918 uiteen,
en werd in 1923 de Republiek geboren.
Die lijn klopt. Kuipers heeft de chronologie correct geplaatst.
Ook het noemen van Ziya Gökalps ideologische rol en het benadrukken van het “multi-etnische” karakter van het Ottomaanse Rijk zijn terecht.
Maar zoals gezegd: geschiedenis is méér dan een opeenvolging van feiten.
Om haar te begrijpen, moet men ook de motieven en bedoelingen zien.
En precies daar valt Kuipers terug in de val van het “kijken door een westerse bril.”
DE JONG-TURKEN VEROORDELEN ZONDER HEN TE BEGRIJPEN
Volgens sommige kringen weerspiegelt Kuipers’ beschrijving van de Jong-Turkse beweging een visie die het Westen al decennialang hanteert:
“De revolutie, die democratie en nationalisme bracht, creëerde tegelijkertijd ook grote schaduwen door haar beleid van ‘Turkificatie’.”
Deze benadering wordt door velen gezien als een voortzetting van een oude westerse generalisatie:
“Turkse modernisering = onderdrukkend nationalisme.”
Toch menen sommige historici dat zo’n simplificatie de sociale dynamiek van de Ottomaanse samenleving aan het begin van de twintigste eeuw volledig miskent.
Volgens verschillende historici stond achter de revolutie van 1908 niet enkel een groep idealistische officieren,
maar ook een volk dat, na jarenlang onderdrukking te hebben gekend, simpelweg weer wilde ademhalen.
Andere commentatoren benadrukken dat het juist de journalisten waren die worstelden met censuur,
de intellectuelen in ballingschap,
de studenten die vrijheid eisten
en de zorgen over de volkeren die zich in de Balkan van het rijk losmaakten,
die deze beweging voedden.
Daarom menen velen dat het onjuist is om de Jong-Turkse beweging slechts te zien als een “militaire coup” of een “imitatie van het Westen.”
Zo’n benadering doet geen recht aan de complexiteit van het Turkse moderniseringsproces.
DE “DESPOTISCHE” KARIKATUUR VAN ABDÜLHAMID
Kuipers schetst sultan Abdülhamid II bijna als een tiran:
“Hij bouwde een netwerk van geheime politie, liet de pers zwijgen en dreigde met de jihad…”
Ja, een deel daarvan kan waar zijn, maar het is een eenzijdige voorstelling.
Men ziet meteen dat dit het product is van een pen die de geschiedenis niet in haar volle dimensies leest.
Want tijdens dezelfde periode van Abdülhamid werden meer dan duizend nieuwe scholen opgericht in het hele rijk.
Voor het eerst kwamen er moderne opleidingen in geneeskunde, techniek, landbouw en lerarenopleiding.
Het spoorwegnet werd uitgebreid en de Berlijn–Bagdad-lijn begon onder zijn bewind.
Hij voerde een uitgebalanceerde diplomatie met de buitenlandse ambassades
en bood via zijn panislamitische politiek morele steun aan moslims die onder koloniale overheersing leefden.
Maar al deze feiten verdwijnen in de schaduw van het westerse etiket “despot.”
Hetzelfde Westen dat in diezelfde jaren miljoenen mensen in Azië en Afrika tot koloniale onderworpenheid dwong,
vergeet zijn eigen dictators, maar noemt elke oosterse leider een “tirannieke despoot.”
Is dat niet het klassieke voorbeeld van oriëntalistische hypocrisie?
GEEN “TURKIFICATIE”, MAAR EEN STRIJD OM TE OVERLEVEN
Het woord dat Kuipers het vaakst herhaalt is “Turkificatie.”
Hij gebruikt het op zo’n manier dat het lijkt alsof het Comité voor Eenheid en Vooruitgang een soort geheime organisatie was,
bedoeld om minderheden uit te roeien.
Maar de werkelijkheid was heel anders.
Aan het begin van de twintigste eeuw stond het Ottomaanse Rijk op het punt uiteen te vallen.
De Balkan was verloren, de Arabische gebieden waren afgescheiden,
en de Europese pers kopte: “De zieke man van Europa.”
In die omstandigheden hadden de Ittihatisten geen andere keuze dan een nationaal bewustzijn te creëren.
Het “Turkificatiebeleid” was in feite een politiek van overleving, niet van vernietiging.
Het was vergelijkbaar met het Franse proces van “verfransing” of het Italiaanse van “veritalianisering.”
Maar zodra het woord “Turks” valt, plakt het Westen er onmiddellijk het label “assimilatie” op.
Kuipers presenteert dit beleid als een vorm van “onderdrukkende natievorming,”
maar stelt niet de logische vraag:
Wat had men anders moeten doen terwijl het rijk ineenstortte?
Terwijl uit alle hoeken van het rijk separatistische winden waaiden,
hoe realistisch was het toen nog om te blijven spreken van “samenleven onder één vlag”?
DE ARMENIË-KWESTIE BENADERD MET WESTERSE CLICHÉS
Een ander opvallend oriëntalistisch voorbeeld in Kuipers’ artikel is de manier waarop hij de gebeurtenissen van 1915 beschrijft:
“De grootste daarvan was de Armeense genocide van 1915.”
Die zin staat daar als een voltooid oordeel, alsof het debat allang is beslecht.
Er wordt niet gesproken over de omstandigheden van de oorlog,
noch over de rol van de opstanden of de manipulaties van buitenlandse machten.
Toch wordt dit onderwerp onder historici nog steeds uitvoerig bediscussieerd.
En niet alleen door Turkse historici:
ook westerse academici zoals Guenter Lewy hebben geschreven dat de term “genocide” onvoldoende met bewijs is onderbouwd.
Kuipers negeert die wetenschappelijke discussie volledig en verschuilt zich achter het éénstemmige westerse narratief.
En precies daar komt het oriëntalisme om de hoek kijken:
Het Westen vertelt de tragedies van het Oosten, maar ziet daarbij nooit zijn eigen rol.
Het noemt niet het Verenigd Koninkrijk, Rusland of Frankrijk, die destijds de Armeense opstanden actief steunden,
maar wijst wél de Turken aan als de enigen die “schuldig” zouden zijn.
Zo’n benadering is geen geschiedenis, maar een vorm van politieke gemakzucht.
GEBREKKIGE RECHTVAARDIGHEID IN HET DEEL OVER ATATÜRK EN DE REPUBLIEK
Aan het einde van zijn artikel spreekt Kuipers over Atatürk.
Hij noemt hem de stichter van het moderne, seculiere Turkije — en dat is volkomen terecht.
Maar direct daarna volgt de zin:
“Vijf jaar later werd de staatsgodsdienst afgeschaft en werd het secularisme ingevoerd. Maar het beleid van Turkificatie werd voortgezet…”
Daarmee lijkt hij te suggereren dat de Atatürk-periode slechts een voortzetting was van een onderdrukkend beleid.
Toch deed Atatürk iets heel anders:
hij legde de grondslagen van een natiestaat.
Het ging niet langer om een rijk, maar om een republiek gebaseerd op gelijke burgerschap.
Natuurlijk kwamen daar hervormingen bij zoals taal- en onderwijseenheid — iets anders was simpelweg niet mogelijk.
Als Kuipers dit echt had willen begrijpen, had hij alleen maar naar de geschiedenis van Nederland hoeven kijken.
Kon iemand die in de 19e eeuw geen Nederlands sprak, ambtenaar worden in Nederland?
En hoe werden de spanningen tussen katholieken en protestanten toen overwonnen?
Elke natie heeft haar eigen proces van “eenwording” doorgemaakt.
Maar zodra het om Turkije gaat, roept het Westen meteen: “onderdrukking!”
Dat is geen historisch, maar een mentaal dubbel standaard.
DE GEUR VAN ORIËNTALISME: NEERBUWENDE BLIK EN MISSIONAIRE TAAL
Door het hele artikel van Kuipers waait een herkenbare toon:
alsof het Westen de plicht heeft om Turkije lessen te geven in democratie en vrijheid.
Alsof de modernisering van het Ottomaanse Rijk enkel mogelijk was dankzij de genade van Europa.
Die toon doet denken aan de missionaire geschriften uit de 19e eeuw.
Zelfs wanneer Kuipers over de Jong-Turken schrijft, noemt hij hen “hervormers geïnspireerd door het Westen.”
Toch beleefden in diezelfde periode landen als Japan, Rusland, Iran en zelfs Egypte hun eigen moderniseringsprocessen.
Modernisering is geen uitvinding van het Westen.
Turkije heeft zijn eigen, unieke moderniseringspad getekend — een pad waarin zowel westerse invloeden als inheemse waarden samenkwamen.
Maar het westerse denken kan dat moeilijk aanvaarden.
Want als het dat zou doen, zou het zijn gevoel van superioriteit verliezen.
EEN DANKWOORD EN EEN WAARSCHUWING
Het artikel van Kuipers toont in elk geval één ding aan:
Het Westen blijft geïnteresseerd in de geschiedenis van Turkije.
Maar die interesse is meestal niet om te begrijpen, maar om te vertellen.
Met andere woorden: het Oosten laten spreken, maar in westerse zinnen.
Ja, de revolutie van 1908 bepaalde de koers van Turkije.
Maar die koers was niet die van het Westen — het was de koers van de wil van het Turkse volk zelf.
En die koers werd in 1923 bekroond met de Republiek.
Als Turkije vandaag, ondanks al zijn tekortkomingen, nog steeds overeind staat,
dan komt dat — volgens historici — door de eerste roep van de Jong-Turken om vrijheid.
Iedere westerse pen die hen klein maakt of veroordeelt zonder te begrijpen,
is in werkelijkheid een pen die bang is om in de eigen spiegel te kijken.
Tot slot wil ik dit zeggen:
Het artikel van Jan J.B. Kuipers verdient respect als journalistieke poging,
want het getuigt van kennis van de feiten.
Maar geestelijk blijft het gevangen in de spiegel waarin het Westen al eeuwen zichzelf ziet.
Geschiedenis is de spiegel van een volk,
maar je kunt niet altijd van buitenaf in die spiegel kijken.
Soms moet men van binnenuit kijken — met eigen ogen, eigen stem en eigen ziel.
Wij moeten de Jong-Turken lezen zonder hen te verheerlijken of te veroordelen,
maar door hen te begrijpen.
Want hun droom van vrijheid was niet enkel de vonk van een revolutie,
maar het verhaal van een volk dat nog altijd zijn bestaan verdedigt.
DE FEITEN DIE HET WESTEN NIET KENT OF VERVALST
Op de ochtend van 24 juli 1908 heerste er een feestelijke sfeer in de straten van Istanbul, Saloniki en Monastir.
De kranten Tanin, İkdam en Servet-i Fünun hadden allemaal dezelfde kop:
“Het volk zal zijn eigen lotsbestemming met eigen hand bepalen.”
Die dag omhelsden moslims, christenen en joden elkaar op hetzelfde plein.
Dat tafereel liet zien dat de beweging die het Westen neerbuigend als “onderdrukkende Turkificatie” bestempelt,
in werkelijkheid een droom van vrijheid was.
DE PERIODE VAN ABDÜLHAMID: ONDERDRUKKING OF MODERNISERING?
Westerse historici noemen hem een “despot”, maar de cijfers vertellen een ander verhaal:
• 5.000 nieuwe lagere scholen, 7 middelbare scholen (sultani) en 18 gymnasia (idadi) (1876–1909)
• Vernieuwing van de Gülhane Medische Academie (1898)
• 2.500 km nieuwe spoorlijnen (1890’s)
• Oprichting van meisjesscholen en technische ambachtsscholen (1880’s)
Deze cijfers tonen aan dat Abdülhamid niet enkel een “autoritaire heerser” was,
maar ook een leider die de basis legde voor modernisering.
DE JONG-TURKSE BEWEGING GEWORTELD IN HET VOLK
De lokale organisatie van het Comité voor Eenheid en Vooruitgang vóór 1908:
• In Saloniki: 800 leden (officieren, ambtenaren, handelaars en leraren)
• In Monastir: 400 leden
• In Istanbul: 250 burgerlijke sympathisanten
Deze cijfers tonen dat het geen elitair staatsgreep was,
maar een maatschappelijke roep om vrijheid.
DE GEBEURTENISSEN VAN 1915: EEN OMSTREDEN GESCHIEDENIS
Kuipers spreekt over een “genocide,” maar ook in het Westen klinken andere stemmen:
Guenter Lewy (VS): “Er is geen bewijs voor een intentie tot genocide.”
Bernard Lewis (VK): “De deportaties waren het gevolg van oorlogsomstandigheden.”
Edward Erickson (VS): “De Armeense opstanden vormden een groot veiligheidsrisico achter het front.”
De geschiedenis spreekt nog steeds — maar Kuipers hoort slechts één stem.
TAAL- EN BURGERSCHAPSBELEID IN DE PERIODE VAN ATATÜRK
Volgens Kuipers “werd de Turkificatie voortgezet,” maar in werkelijkheid was het doel eenheid scheppen:
• Tussen 1924 en 1934 werden 15.000 dorpsscholen geopend.
• 2,5 miljoen volwassenen leerden lezen en schrijven in de “Volks- of Nationale Scholen” (Millet Mektepleri).
• Volgens de volkstelling van 1934 steeg het percentage Turkssprekenden van 68% naar 87%.
Dat was geen assimilatie, maar integratie door onderwijs.
SLOTWOORD: DE STEM VAN DE GESCHIEDENIS LIGT NIET IN ARCHIEVEN, MAAR IN HET HART VAN HET VOLK
Misschien schreef Kuipers met goede bedoelingen, maar hij schreef onvolledig.
Want de westerse archieven zijn koud: daar voel je noch de vreugde van de vrijheid,
noch het verdriet om een verloren rijk.
Onze geschiedenis moet daarom niet alleen uit documenten worden gelezen,
maar ook uit de verhalen van mensen.
******************
Hier volgt het artikel van Kuipers, vol oriëntalistische ontsporingen.
Jonge Turken bepaalden in 1908 de koers van Turkije’s toekomst
Postkaart ter gelegenheid van de vaststelling van de Turkse grondwet van 24 juli 1908.
In 1908 pleegde de politieke hervormingsbeweging van de Jonge Turken in het Ottomaanse rijk een staatsgreep tegen sultan Abdülhamit II. Hun machtsovername luidde een tweede constitutionele periode in, maar voor de eerste keer in de Turkse geschiedenis brak een tijdperk aan met een meerpartijenstelsel. De democratische, nationalistische omwenteling die gepaard ging met ‘turkificatie’ had op termijn ook grote schaduwzijden.
EERSTE CONSTITUTIE
Titelblad van de eerste, islamitisch georiënteerde constitutie van het Ottomaanse rijk (Turkije).
Jonge Turken of Jong-Turken (jön Türkler) is eigenlijk een bijnaam. De eigenlijke naam voor de in 1899 opgerichte, illegale groep was ‘Comité voor Eenheid en Vooruitgang’ (Ittihad). Het Comité kwam deels voort uit de hervormingsbeweging van de Jong-Ottomanen, die in 1876 aandrongen op een eerste constitutionele regering, die overeen moest komen met soortgelijke regeringen in Europa.
Dit streven leidde tot de onttroning van sultan Abdülaziz, die na een korte periode onder Murat V werd opgevolgd door Abdülhamit II (Abdul Hamid). Het parlement werd echter in 1878 alweer door hem geschorst, de grondwet buiten werking gesteld en de absolute monarchie hersteld.
Abdülhamit II nam vervolgens het imago aan van verdediger van moslims over de hele wereld en dreigde met een jihadistische oorlog tegen de westerse imperialisten in Azië. De nadruk op islamitische waarden en het idee van een Ottomaans ‘kalifaat’ was min of meer een gevolg van de afname van de militaire kracht van het rijk en speelde al een rol tijdens de opstand van de Saoedi’s in Arabië in 1802.
Sultan Abdülhamit II (1876-1909). Portret uit 1918, onbekende maker.Abdülhamit II gaf de idee van het kalifaat en het panislamisme gewicht via diplomatieke betrekkingen met andere islamitische landen, hoewel de invloed daarvan beperkt bleef. Om zijn eigen bevolking in toom te houden werd een groot netwerk van informanten opgebouwd en een geheime politie (Umur-u Hafiye) ingesteld. Ook liet hij de pers streng controleren. De toenemende onderdrukking versterkte bij veel intellectuelen juist het verlangen naar een herhaling van het democratische experiment.
Turkificatie
De belangrijkste ideologen van Ittihad waren de socioloog Ziya Gökalp en Talaat Pasja. De beweging verwierf ook grote aanhang onder jonge officieren. De machtsbasis van de groep bevond zich in de stad Salonika (nu Thessaloniki in Griekenland). Vooral Ziya Gökalp (1876-1924) was een spreekbuis van de nationalistische tendens. Hij wilde hervormingen naar westerse snit, maar hamerde ook op de eigen, Turkse identiteit. Het ontbrak de Turken van zijn tijd volgens hem aan zelfkennis en aan bewustzijn van hun nationale verantwoordelijkheid.
Fotoportret van Ziya Gökalp. Fotograaf onbekend.Het multi-etnische en multireligieuze karakter van de kwijnende Ottomaanse staat, die aan het eind van de negentiende eeuw wel ‘de zieke man van Europa’ werd genoemd, keurde Gökalp sterk af. Hij bepleitte ‘turkificatie’, herbezinning op Turks-etnische waarden en hegemonie van de Turkse taal, cultuur en religie (de islam), kortom de waarden van de Turkssprekende bevolking in Klein-Azië.
Dit streven richtte zich ook tegen de toenemende macht van het Westen over het Ottomaanse rijk en de invloed van grote minderheden in Turkijke, zoals de Griekse en Armeense christenen. Turkse intellectuelen moesten in het proces van turkificatie het voortouw nemen. Seculier gezinde hervormingsgezinden hadden vooralsnog de overhand in de Jong-Turkse beweging. Behalve door Europese voorbeelden werden de Jong-Turken geïnspireerd door de recente ontwikkelingen in Japan, dat zich in een snel tempo had gemoderniseerd.
De staatsgreep
In april 1908 leidde de Turkse officier Ahmed Niyazi Bey, gestationeerd in Macedonië, een mars op Istanbul om het regime van Abdulhamit II omver te werpen. Ook andere Jonge Turken voegden zich bij de opstand. Op 3 juli eiste Ahmed Niyazi het herstel van de grondwet.
Het ontbrak Abdülhamit II aan loyale troepen, zodat hij moest capituleren. Op 23 juli verklaarde Enver Pasja dat de grondwet was hersteld. De sultan bleef in functie, maar zijn macht werd hem ontnomen. Het parlement werd eveneens in ere hersteld, een aangepaste grondwet trad in werking.
De vlag van de Jonge Turken met de deels aan de Franse revolutie ontleende termen ‘Adalet, İttihat, Uhuvvet, Müsavat, Hürriyet’ (Rechtvaardigheid, Eenheid, Broederschap, Gelijkheid, Vrijheid).
Het nationalisme van veel Jong-Turken streefde aanvankelijk naar integratie van alle aanwezige etniciteiten en religies in het rijk. Hierom vonden de eerste dagen na de machtsovername vooral op de Balkan verbroederingen plaats tussen Turkse, Griekse, Bulgaarse, Armeense en Joodse onderdanen en elders tussen Turken, Koerden en Arabieren. Deze euforie hield niet lang stand. Oostenrijk-Hongarije hield Bosnië-Herzegovina al dertig jaar bezet en annexeerde het nu officieel. Ook Bulgarije verklaarde zich op 22 september onafhankelijk. Dit alles wekte wantrouwen jegens de christenen, die als zondebok gingen fungeren en als vijanden van de natie werden gezien.
Tegencoup, oorlogen
Al in april 1909 beraamden sympathisanten van Abdülhamit II een tegencoup. Deze werd verijdeld door de Jonge Turken. Abdülhamit II werd verbannen naar Saloniki en vervangen door zijn broer Mehmet V Reşat, die slechts een symbolische rol vervulde.
De aftakeling van het rijk ging door. In september 1911 brak de Italiaans-Turkse Oorlog uit om Libië. Dit conflict was nog niet beëindigd, toen in oktober 1912 de eerste Balkanoorlog losbarstte. Onder Russische leiding bereidden de Slavische landen en Griekenland de verdeling van Europees Turkije voor. Het Ottomaanse rijk moest hierdoor vrede sluiten met Italië en zijn troepen uit Libië terugtrekken, om ze in te kunnen zetten in de Balkanoorlog. Deze werd niettemin verloren, hetgeen betekende dat afscheid genomen moest worden van grote delen van het resterende Europese grondgebied.
Bulgaren maken zich op om Adrianopel (Edirne) aan te vallen. Onbekende fotograaf, 1912.
In 1913 volgde de Tweede Balkanoorlog, waarin Servië, Roemenië en Griekenland tegen Bulgarije vochten om het veroverde gebied te herverdelen. Hetzelfde jaar sloot Duitsland onder keizer Wilhelm II een militair verdrag met Turkije.
Eerste Wereldoorlog
Te midden van al deze troebelen vond een nieuwe staatsgreep plaats. De Jong-Turken Enver Pasja, Talaat Pasja en Djemal Pasja grepen de macht en regeerden voortaan als driemanschap. Behalve Talaat Pasja hadden de nieuwe leiders een militaire achtergrond. ‘Pasja’ was sinds de vijftiende eeuw een door de sultan toegekende titel voor de hoogste ambtenaren en militairen met generaalsrangen. De titel werd achter de naam van betrokkenen geplaatst.
Enver Pasja, de belangrijkste man van het driemanschap en minister van oorlog, was enige tijd militair attaché in Duitsland geweest; onder het driemanschap koos Turkije de kant van Oostenrijk en Duitsland in de Eerste Wereldoorlog. Belangrijkste reden was de weigering van Frankrijk, Engeland en Rusland om een bondgenootschap aan te gaan, omdat deze grootmachten het Ottomaanse rijk intussen als een afgedane zaak beschouwden. Enver liet op 29 oktober 1914 Duitse oorlogsbodems onder Ottomaanse vlag Russische Zwarte-Zeehavens bombarderen, waarmee de deelname aan de oorlog een feit was.
Enver Bey (Enver Pasja) and Niyazi Bey, een andere hoofdrolspeler in de Jong-Turkse revolutie, op een postkaart uit 1908.
Ingekleurd fotoportret van Djemal Pasja. Onbekende fotograaf, 1917.De term genocide voor dit historische drama is door Turkije nooit aanvaard. In 2006 publiceerde de Amerikaanse politicoloog Guenter Lewy zijn internationaal sterk bekritiseerde, maar in Turkije toegejuichte studie The Armenian Massacres in Ottoman Turkey: A Disputed Genocide, waarin hij betoogde dat er onvoldoende bewijs was voor de organisatie door het Jong-Turkse regime van de massamoorden op Armeniërs, waaraan overigens ook Koerdische bendes participeerden.
Einde Ottomaanse rijk
Toen het verlies van de oorlog door Duitsland, Oostenrijk en hun bondgenoten Turkije en Bulgarije onafwendbaar was, werd ook de regering van Talaat Pasja en de zijnen onmogelijk. De regering trad af op 14 oktober 1918. Het driemanschap vluchtte op 1 november aan boord van een Duitse onderzeeër het land uit. Diezelfde week hief het Comité voor Eenheid en Vooruitgang zichzelf op. De Jong-Turken waren niet meer, de Britsgezinde Vrijheid en Akkoordpartij vormde een nieuwe regering.
De leden van het driemanschap betaalden een hoge prijs voor hun vroegere activiteiten. Talaat Pasja en Djemal Pasja werden in respectievelijk 1921 en 1922 door Armeniërs vermoord wegens hun aandeel in de Armeense genocide. Enver Pasja sneuvelde in 1922 tijdens gevechten tegen het Russische leger; volgens één overgeleverde toedracht zou ook hiervoor een Armeniër verantwoordelijk zijn.
De Duitse keizer Wilhelm II begroet in Istanbul zijn Turkse bondgenoten,
15 oktober 1917. Rechts van hem sultan Mehmed V, achter hem Enver Pasja.
Griekenland had aan geallieerde zijde gestreden en kreeg gebiedsuitbreiding in Ottomaans gebied: heel Thracië, de eilanden Tenedos en Imbros en een streek rondom de stad Smyrna. De eerste Griekse troepen landden in mei 1919 in Izmir. Nu trad Mustafa Kemal Atatürk naar voren, die zich zou ontpoppen als stichter van het moderne, seculiere Turkije en ook de revolutie van 1908 had gesteund.
In de Turkse Burgeroorlog of Turkse Onafhankelijkheidsoorlog (1919-1923) bestreed hij met de nationalisten en zijn ‘kemalisten’ (bij wie zich ook voormalige Jonge Turken als Ziya Gökalp hadden aangesloten) zowel de geallieerde bezetters van Anatolië als de sultan, die de vernederende verdragen met de bezetters had ondertekend. De oorlog eindigde in een Turkse overwinning.
Nieuwe etnische zuiveringen
Tegen het eind van de oorlog, in september 1922, voltrok zich de nooit opgehelderde grote brand van Smyrna, waarbij tienduizenden Grieken en Armeniërs omkwamen. Om nieuwe etnische spanningen te bezweren, besloot men tot een Grieks-Turkse bevolkingsruil. Ongeveer 1,3 miljoen Grieken vertrokken uit Klein-Azië naar Griekenland, terwijl ongeveer 700.000 Turken vanuit Griekenland naar Turkije migreerden.
De laatste sultan Mehmed VI werd afgezet en in 1923 werd de Republiek Turkije uitgeroepen in de nieuwe hoofdstad Ankara, Vijf jaar later schafte de republiek de islam als staatsgodsdienst af en voerde voortaan een strikt seculiere koers. De politiek van turkificatie werd onder Atatürk niettemin voortgezet. Deze kwam tot uitdrukking in de grondwet van 1924. Parlementsleden moesten bijvoorbeeld Turks kunnen spreken en lezen. Een jaar later verbood men zelfs niet-Turkse talen in het oosten van de republiek. Dergelijke maatregelen waren vooral gericht tegen de naar autonomie strevende Koerden. In 1926 werd bepaald dat Armeniërs en Grieken uitgesloten waren van functies in de ambtenarij.
**************************
Zoals te zien is, is de tekst van de heer Kuipers ontspoord onder invloed van oriëntalistische denkbeelden.
*************************
OLMADI BAY KUIPERS:
HOLLANDALI YAZARIN JÖN TÜRK ANLATIMI…
YAZIDAKİ GERÇEKLER, EKSİKLER VE ORYANTALİST SAPMALAR
Kuipers’in yazısı bütünüyle yanlış değil; tarihsel sıralama açısından oldukça derli toplu.
Ama işte, tarih sadece sıralama değildir. Tarihi anlamak için, nedenleri ve niyetleri görmek gerekir. Ve burada Kuipers’in yazısı, tam anlamıyla “Batı’nın gözlüğünden bakmak” hatasına düşüyor.
Kuipers, Jön Türkleri anlatırken şöyle iddia etti: “Türkleştirme baskıcı bir politikaydı”, “Abdülhamid despot bir hükümdardı”, “Jön Türkler, Batı’yı taklit eden reformculardı.”
Peki, gerçekten öyle mi? Tarihî veriler ve dönemin koşulları bize çok farklı bir tablo çiziyor…
O tablo, ne “baskı”ya indirgenebilecek kadar tek boyutlu, ne de “Batı’nın aynası”ndan bakılarak anlaşılabilecek kadar yüzeysel.
Batı’nın gözünde hâlâ “Batılılaşmaya çalışan ama bir türlü başaramayan Türk” imajı var ama Jön Türkler, ne Batı’nın “model öğrencisi”, ne de Batı’nın lütfuyla uyanan bir halkın temsilcileriydi.
Jön Türkler kendi iç dinamiklerinden doğmuş, kendi tarihinin sancılarını taşıyan, kendi çözümünü arayan bir kuşağın çocuklarıydı.
İlhan KARAÇAY yazdı:
Değerli Okurlarım,
Hollandalı yazar Jan J.B. Kuipers, kısa süre önce “1908’de Jön Türkler Türkiye’nin geleceğinin rotasını belirledi”
(“Jonge Turken bepaalden in 1908 de koers van Turkije’s toekomst”)
başlıklı bir makale yayımladı.
Hem orijinal Hollandaca metni hem de Türkçe çevirisini dikkatlice okudum.
Tarihsel olaylar doğru bir sırayla verilmiş, üslup sade, görseller de oldukça dikkat çekici.
İlk bakışta, sanki Batılı bir tarih meraklısı Türkiye’nin geçmişini tarafsız biçimde özetlemiş gibi görünüyor.
Ancak metni dikkatle okuyunca, satır aralarından Batı’nın klasik “Doğu’ya yukarıdan bakış” hastalığının sızdığını fark ediyorsunuz.
Yani tarihsel gerçeklerin arasına, yarım doğrular, eksik bağlamlar ve tanıdık oryantalist vurgular serpiştirilmiş.
Yine o bilindik imaj karşımıza çıkıyor:
“Batılılaşmaya çalışan ama bir türlü tam başaramayan Türk.”
Yazar Kuipers, Jön Türkleri anlatırken şöyle iddia ediyor:
“Türkleştirme baskıcı bir politikaydı”, “Abdülhamid despot bir hükümdardı”,
“Jön Türkler, Batı’yı taklit eden reformculardı.”
Peki, gerçekten öyle mi?
Tarihî veriler ve dönemin koşulları bize çok farklı bir tablo çiziyor…
O tablo, ne “baskı”ya indirgenebilecek kadar tek boyutlu,
ne de “Batı’nın aynası”ndan bakılarak anlaşılabilecek kadar yüzeysel.
Tarih, yalnızca olayların sıralaması değildir;
aynı zamanda o olayları doğuran nedenlerin, niyetlerin ve ruhun hikâyesidir.
Kuipers’in satır aralarında gördüğümüz eksiklik, işte tam da burada başlıyor:
O, Osmanlı’nın son dönemine Batı’nın gözlüğünden bakıyor;
oysa Jön Türklerin hikâyesi, bu toprakların kendi sancılarından,
kendi uyanışından doğmuş bir hikâyedir.
Oysa tarih yalnızca belgelerle değil, niyetlerle de ilgilidir.
Ve Kuipers’in yazısında niyet, tarihten çok ideolojiyi anlatıyor.
Değerli Okurlarım,
Kuipers’in yazısını sizler henüz okumadınız.
Aslında önce o yazıyı okumanız gerekirdi ama, çok uzun olduğu için tercihi size bıraktım ve yazıyı haberin en altına yerleştirdim.
Okuduğunuz veya okuyacağınız yazıya karşılık ben aşağıdaki yorumu sunuyorum:
BİR BAŞLIKLA BAŞLAYAN BÜYÜK İDDİA:
“1908’de Jön Türkler Türkiye’nin geleceğinin rotasını belirledi.” başlığı ilk bakışta kulağa hoş geliyor. Gerçekten de Jön Türk devrimi, Osmanlı’dan Cumhuriyet’e giden yolda bir dönüm noktasıdır.
Ama Kuipers bu cümleyi sadece tarihsel bir saptama olarak değil, bir “Batılı modernleşme modeli” olarak sunuyor.
Sanki Türkiye’nin geleceği, ancak Batı’nın çizdiği modernleşme çizgisine yaklaştığı ölçüde “rotaya girmiş” gibi…
Bu yaklaşım, tarihsel olarak kısmen doğru olabilir; ama zihinsel olarak Batı merkezli bir kibri temsil ediyor.
Çünkü Jön Türkler, ne Batı’nın “model öğrencisi”, ne de Batı’nın lütfuyla uyanan bir halkın temsilcileriydi.
Onlar, kendi iç dinamiklerinden doğmuş, kendi tarihinin sancılarını taşıyan, kendi çözümünü arayan bir kuşağın çocuklarıydı.
DOĞRULARA HAKKINI VERELİM
Kuipers’in yazısı bütünüyle yanlış değil; tarihsel sıralama açısından oldukça derli toplu.
Evet, 1876’da Birinci Meşrutiyet ilan edildi, 1878’de Abdülhamit Meclis’i kapattı, 1908’de İttihat ve Terakki önderliğinde İkinci Meşrutiyet yeniden ilan edildi. 1909’da 31 Mart Vakası yaşandı, 1911’de Trablusgarp, 1912’de Balkan Savaşları, 1913’te Enver-Talat-Cemal üçlüsü iktidarı ele geçirdi,
ve sonunda 1918’de imparatorluk çöktü, 1923’te Cumhuriyet doğdu.
Bu çizgi doğrudur. Kuipers, kronolojiyi doğru oturtmuş.
Ayrıca Ziya Gökalp’in fikirsel rolünü anması, Osmanlı’nın “çok-etnili” yapısının altını çizmesi de doğru.
Ama işte, tarih sadece sıralama değildir.
Tarihi anlamak için, nedenleri ve niyetleri görmek gerekir.
Ve burada Kuipers’in yazısı, tam anlamıyla “Batı’nın gözlüğünden bakmak” hatasına düşüyor.
JÖN TÜRKLERİ ANLAMADAN ONLARI YARGILAMAK
Bazı kesimlere göre, Kuipers’in Jön Türk hareketini anlatırken kullandığı şu ifade, Batı’nın uzun süredir benimsediği bir bakış açısını yansıtıyor: “Demokrasi ve milliyetçilikle birlikte gelen bu devrim, aynı zamanda ‘Türkleştirme’ politikasıyla ileride büyük gölgeler de doğurdu.”
Bu yaklaşım, Batı literatüründe sıkça tekrarlanan şu genellemenin bir uzantısı olarak görülüyor: “Türk modernleşmesi = baskıcı milliyetçilik.”
Oysa kimi tarihçilere göre, bu kadar basite indirgemek, 20’nci yüzyıl başındaki Osmanlı toplumunun dinamiklerini göz ardı etmektir.
Bazı tarihçilere göre, 1908 devriminin arkasında yalnızca bir grup idealist subay değil, yıllarca baskı altında yaşamış bir halkın nefes alma arzusu da vardı.
Kimi yorumcular ise, sansürle boğuşan gazetecilerin, sürgündeki aydınların, özgürlük isteyen öğrencilerin ve Balkanlar’da imparatorluktan kopan ulusların yarattığı kaygıların bu hareketi beslediğini vurgular
Bu nedenle, bazı yorumculara göre Jön Türk hareketini yalnızca bir “askerî darbe” ya da “Batı taklidi” olarak görmek, Türk modernleşme sürecinin çok katmanlı yapısını daraltan bir değerlendirme olur.
ABDÜLHAMIT’İN “DESPOT” KARIKATÜRÜ
Kuipers, Sultan II. Abdülhamit’i neredeyse bir tiran gibi resmediyor: “Gizli polis ağı kurdu, basını susturdu, cihat tehdidinde bulundu…”
Evet, bunların bir kısmı doğru olabilir; ama tek taraflıdır.
Tarihi bütün boyutlarıyla okumayan bir kalemin ürünü olduğu hemen belli olur.
Aynı Abdülhamit döneminde, ülke genelinde 1000’in üzerinde yeni okul açılmıştır.
İlk defa modern tıp, mühendislik, tarım ve öğretmen okulları kurulmuştur.
Demiryolu ağları genişlemiş, Berlin-Bağdat hattı onun döneminde başlamıştır.
Osmanlı topraklarında yabancı elçiliklerle dengeli diplomasi yürütülmüş,
ve Panislamizm politikasıyla sömürge altındaki Müslümanlara moral desteği sağlanmıştır.
Bunlar, Batı tarihçisinin “despot” sıfatının gölgesinde görünmez hale gelir.
Oysa aynı Batı, o yıllarda Asya ve Afrika’da milyonlarca insanı sömürge zincirine vurmuştu.
Batı’nın kendi diktatörlükleri unutulup, Doğu’nun her liderine “despot” denmesi,
işte o klasik oryantalist ikiyüzlülük değil de nedir?
“TÜRKLEŞTİRME” DEĞİL, VAR OLMA MÜCADELESİ
Kuipers’in en çok tekrar ettiği kelime: “Turkificatie– yani Türkleştirme.”
Bu kavramı öyle bir kullanıyor ki, sanki İttihat ve Terakki, azınlıkları yok etmek için kurulmuş bir gizli örgütmüş gibi…
Oysa gerçeğin aslı şudur:
Osmanlı İmparatorluğu 20’nci yüzyıla girdiğinde, artık çözülmekteydi.
Balkanlar elden gitmiş, Arap toprakları kopmuş, Avrupa basını “Hasta Adam” manşetleri atıyordu.
Bu koşullarda İttihatçılar, bir ulus bilinci oluşturmak zorundaydı. “Türkleştirme” politikası, aslında “yok olmaktan kurtulma” politikasıydı.
Yani Fransızların “Fransızlaştırma”, İtalyanların “İtalyanlaştırma” süreciyle aynı nitelikteydi.
Ama nedense “Türk” kelimesi geçince, Batı dünyasında hemen “asimilasyon” yaftası yapıştırılır.
Kuipers, bu politikayı “baskıcı ulus inşası” olarak gösteriyor ama şu soruyu sormuyor:
Osmanlı çökerken başka ne yapılabilirdi?
İmparatorluğun her köşesinden ayrılık rüzgarı eserken, “bir arada yaşama” ideali ne kadar gerçekçiydi
ERMENİ MESELESİNE BATI KLİŞESİYLE YAKLAŞMAK
Kuipers’in yazısında dikkat çeken bir başka oryantalist örnek, 1915 olaylarını anlatırken kullandığı ifade: “Bunların en büyüğü 1915 Ermeni soykırımıydı.”
Bu cümle, tarihî tartışmayı bitirmiş bir hüküm gibi duruyor.
Ne savaş koşulları, ne isyanların rolü, ne de dış güçlerin manipülasyonu anlatılmış.
Oysa tarihçiler hâlâ bu konuyu çok yönlü biçimde tartışıyorlar.
Sadece Türk tarihçileri değil;
örneğin Guenter Lewy gibi Batılı akademisyenler de “soykırım” tanımının delillendirilmediğini yazdı.
Ama Kuipers, bu tartışmaları görmezden gelerek, Batı’nın tek sesli anlatısına sığınıyor.
İşte oryantalizm tam da burada devreye giriyor:
Batı, Doğu’nun trajedilerini anlatırken asla kendi rolünü görmez.
Ermeni isyanlarını destekleyen İngiltere’yi, Rusya’yı, Fransa’yı anmaz.
Ama Türkleri “fail” ilan eder.
Bu bakış açısı, tarih değil; politik konfor üretir.
ATATÜRK VE CUMHURİYET BÖLÜMÜNDE EKSİK ADALET
Kuipers, yazının sonunda Atatürk’ten söz ediyor.
Onu “modern, laik Türkiye’nin kurucusu” olarak anıyor ki bu çok doğrudur.
Ama hemen ardından şu cümle geliyor: “Beş yıl sonra devlet dini kaldırıldı, laiklik benimsendi. Ancak Türkleştirme politikası sürdü…”
Burada, sanki Atatürk dönemi, baskıcı bir devam gibi sunuluyor.
Oysa Atatürk’ün yaptığı şey, ulus-devletin temellerini atmaktı.
Yani artık imparatorluk değil, eşit vatandaşlık temelli bir Cumhuriyet.
Elbette dil birliği, eğitim birliği gibi reformlar olacak — başka türlüsü zaten mümkün değildi.
Kuipers’in bunu anlaması için, Hollanda tarihine bakması yeterliydi.
Hollanda’da 19. yüzyılda Hollandaca bilmeyen biri devlet görevlisi olabilir miydi?
Ya da Katoliklerle Protestanlar arasındaki ayrışma nasıl aşıldı?
Her ulus, kendi “birlik” sürecini yaşadı.
Ama sıra Türkiye’ye gelince, Batı hemen “baskı” diyor.
Bu, tarihsel değil; zihinsel bir çifte standarttır.
ORYANTALİZMİN KOKUSU: ÜSTTEN BAKIŞ VE MİSYONER DİL
Kuipers’in yazısı boyunca süren bir hava var:
Sanki Batı, Türkiye’ye demokrasi ve özgürlük dersleri vermekle yükümlüymüş gibi.
Sanki Osmanlı modernleşmesi, Avrupa’nın lütfuyla mümkün olmuş.
Bu dil, 19’uncu yüzyılın misyoner yazılarından kalma bir tondur.
Jön Türkleri anlatırken bile “Batı’dan esinlenen reformistler” diyor.
Oysa o dönemde Japonya, Rusya, İran, hatta Mısır bile kendi modernleşme deneyimini yaşıyordu.
Modernleşme sadece Batı’nın icadı değildir.
Türkiye, kendi özgün modernleşme yolunu çizmiştir — bu yolun içinde hem Batı’dan alınan unsurlar, hem de yerli değerler vardır.
Ama Batı zihni bunu kabul edemez.
Çünkü kabul ederse, üstünlük zeminini kaybeder.
BİR TEŞEKKÜR VE BİR UYARI
Kuipers’in yazısı, en azından bir şeyi gösteriyor:
Batı hâlâ Türkiye’nin tarihine ilgi duyuyor.
Ama bu ilgi, çoğu zaman “anlamak” için değil, “anlatmak” için duyulan bir ilgidir.
Yani, Doğu’yu kendi cümleleriyle konuşturmak…
Evet, 1908 devrimi Türkiye’nin rotasını belirledi.
Ama bu rota, Batı’nın değil, Türk milletinin iradesinin rotasıydı.
Ve o rota, 1923’te Cumhuriyet’le taçlandı.
Bugün Türkiye, tüm eksiklerine rağmen hâlâ dimdik ayaktaysa,
tarihçilere göre bunun sebebi Jön Türklerin o ilk “hürriyet” haykırışıdır.
Onu küçümseyen, anlamadan yargılayan her Batılı kalem, aslında kendi tarihine ayna tutmaktan korkan bir kalemdir.
Son olarak şunu söyleyebilirim: Jan J.B. Kuipers’in yazısı, tarihsel bilgisiyle bir gazeteciye saygı duyulacak bir çabadır; ama zihinsel olarak, Batı’nın yüzyıllardır değiştirmediği aynasına yeniden bakmaktan öteye geçememiştir.
Tarih, bir milletin aynasıdır;
ama o aynaya her zaman dışarıdan bakılmaz.
Bazen içeriden, kendi gözümüzle, kendi sesimizle bakmak gerekir.
Biz, Jön Türkleri övmeden, yermeden, ama anlayarak okumalıyız.
Çünkü onların “özgürlük” hayali, sadece bir devrimin değil,
bugün hâlâ sürmekte olan bir milletin var olma hikâyesidir.
İŞTE, BATILILARIN BİLMEDİĞİ VEYA ÇARPITTIĞI GERÇEKLER
24 Temmuz 1908 sabahı İstanbul, Selanik ve Manastır sokaklarında bayram havası vardı. Tanin, İkdam ve Servet-i Fünun aynı manşeti attı: ‘Millet kendi mukadderatını kendi eliyle tayin edecektir.’ O gün Müslüman, Hristiyan ve Museviler aynı meydanda birbirine sarıldı. Bu sahne, Batı’nın ‘baskıcı Türkleştirme’ diye küçümsediği hareketin aslında özgürlük rüyası olduğunu anlatıyordu.
ABDÜLHAMİT DÖNEMİ: BASKI MI, MODERNLEŞME Mİ?
Batılı tarihçiler ‘despot’ der ama rakamlar başka konuşur:
• 5.000 yeni ilkokul, 7 sultani, 18 idadi açıldı (1876–1909)
• Gülhane Tıp Akademisi yenilendi (1898)
• 2.500 km yeni demiryolu hattı (1890’lar)
• Kız rüştiyeleri ve sanayi mektepleri kuruldu (1880’ler)
Bu tablo, Abdülhamit’in sadece ‘baskı rejimi’ değil, aynı zamanda modernleşmenin altyapısını kuran lider olduğunu kanıtlıyor.
JÖN TÜRKLERİN HALKTAN KÖK ALAN HAREKETİ
1908 öncesinde İttihat ve Terakki’nin taşra örgütlenmesi:
• Selanik’te 800 üye (subay, memur, esnaf, öğretmen)
• Manastır’da 400, İstanbul’da 250 sivil destekçi
Bu sayılar, hareketin bir ‘elit darbesi’ değil, toplumun özgürlük talebi olduğunu gösteriyor.
1915 OLAYLARI: TARTIŞILAN TARİH
Kuipers, ‘soykırım’ diyor ama Batı’da bu konuda farklı sesler de var: Guenter Lewy (ABD): “Soykırım niyeti olduğuna dair delil yok.”
Bernard Lewis (İngiltere): “Tehcir savaş koşullarının sonucudur.”
Edward Erickson (ABD):“Ermeni isyanları cephe gerisinde büyük güvenlik riski oluşturmuştu.”
Tarih hâlâ konuşuyor; ama Kuipers tek bir sesi duyuyor.
ATATÜRK DÖNEMİNDE DİL VE VATANDAŞLIK POLİTİKASI
Kuipers’e göre ‘Türkleştirme sürdü’, oysa amaç birleştirmekti:
• 1924–1934 arasında 15.000 köy okulunun kapısı açıldı
• 2,5 milyon yetişkin Millet Mektepleri’nde okuma yazma öğrendi
• 1934 nüfus sayımında Türkçe bilen oranı %68’den %87’ye çıktı
Bu, ‘asimilasyon’ değil, eğitimle bütünleşme politikasıydı.
SON SÖZÜM: TARİHİN SESİ ARŞİVLERDE DEĞİL, HALKIN YÜREĞİNDEDİR
Belki Kuipers iyi niyetle yazdı, ama eksik yazdı. Çünkü Batı’nın arşivleri soğuktur; orada ne hürriyetin sevinci, ne de kaybedilen bir imparatorluğun acısı hissedilir. Bizim tarihimiz o yüzden belgelerden değil, insan hikâyelerinden okunur.
*****************
İşte Kuipers’in oryantalist sapmalarla dolu yazısı:
1908’DE JÖN TÜRKLER, TÜRKİYE’NİN GELECEĞİNİN ROTASINI BELİRLEDİ
Jan J.B. Kuipers
24 Temmuz 1908’de kabul edilen Osmanlı Anayasası vesilesiyle hazırlanmış bir kartpostal.
1908’de Osmanlı İmparatorluğu’nda Jön Türklerin siyasi reform hareketi, Sultan II. Abdülhamit’e karşı bir darbe yaptı. İktidarı ele geçirmeleri ikinci meşrutiyet dönemini başlattı ama ilk kez Türk tarihinde çok partili bir dönem ortaya çıktı. Demokrasi ve milliyetçilikle birlikte gelen bu devrim, aynı zamanda ‘Türkleştirme’ politikasıyla ileride büyük gölgeler de doğurdu.
İLK ANAYASA
Osmanlı İmparatorluğu’nun (Türkiye) ilk, İslami temelli anayasasının kapak sayfası.
Jön Türkler aslında bir lakaptır. 1899’da kurulan yasadışı örgütün gerçek adı İttihat ve Terakki Cemiyeti’ydi (İttihad). Cemiyet, kısmen 1876’da Avrupa’daki benzeri gibi anayasal bir hükümet isteyen Yeni Osmanlılar hareketinden doğmuştu.
Bu talep, Sultan Abdülaziz’in tahttan indirilmesine yol açtı. Yerine kısa süreliğine Murat V, ardından II. Abdülhamit geçti. Ancak II. Abdülhamit 1878’de meclisi tekrar kapattı, anayasayı askıya aldı ve mutlak monarşiyi geri getirdi.
II. Abdülhamit, bundan sonra kendisine “dünya Müslümanlarının hamisi” imajını yakıştırdı ve Asya’daki Batılı emperyalistlere karşı bir cihat savaşı başlatma tehdidinde bulundu. İslami değerlere verilen bu vurgu ve Osmanlı “hilafet” düşüncesi, imparatorluğun askerî gücünün azalmasının bir sonucu olarak ortaya çıkmıştı. Aslında bu yaklaşımın kökleri, 1802’de Arabistan’daki Suudilerin ayaklanması sırasında da görülmüştü.
Sultan Abdülhamit II (1876-1909). 1918 tarihli portre.
II. Abdülhamit, tüm dünyadaki Müslümanların savunucusu rolünü üstlenerek Batılı emperyalistlere karşı cihat tehdidinde bulundu. Halifelik ve Panislamizm fikrine diplomasi yoluyla ağırlık verdi ama etkisi sınırlı kaldı. Ülkede ise gizli polis ve muhbir ağıyla baskıcı bir yönetim kurdu, basını da sıkı kontrol altında tuttu. Bu baskılar, aydınların demokrasi arzusunu artırdı.
TÜRKLEŞTİRME
Ziya Gökalp’in portre fotoğrafı.
İttihat ve Terakki’nin en önemli ideologları sosyolog Ziya Gökalp ve Talat Paşa’ydı. Hareket, özellikle genç subaylar arasında büyük destek buldu. Merkezleri Selanik’ti. Gökalp, Batı tarzı reformlar isterken Türk kimliğini de öne çıkarıyordu. Ona göre Türkler, ulusal sorumluluk bilincinden yoksundu.
Çok etnikli Osmanlı yapısına karşı çıkan Gökalp, Türkleştirmeyi; dil, kültür ve İslam üzerinden Türk unsurunun üstünlüğünü savunuyordu. Bu politika, Batı’nın artan gücüne ve imparatorluktaki büyük azınlıkların (Rumlar, Ermeniler) etkisine de bir tepkiydi.
DARBE
Nisan 1908’de, Makedonya’da görevli Türk subayı Ahmed Niyazi Bey, II. Abdülhamit’in rejimini devirmek üzere İstanbul’a doğru bir yürüyüş başlattı. Diğer Jön Türkler de bu isyana katıldılar. 3 Temmuz’da Ahmed Niyazi, anayasanın yeniden yürürlüğe konulmasını talep etti.
II. Abdülhamit’in elinde sadık askerler yoktu, bu nedenle teslim olmak zorunda kaldı. 23 Temmuz’da Enver Paşa, anayasanın yeniden yürürlüğe girdiğini ilan etti. Sultan görevde kalmaya devam etti ama yetkileri elinden alındı. Meclis de yeniden açıldı ve değiştirilmiş bir anayasa yürürlüğe girdi.
Jön Türklerin bayrağı. Fransız Devrimi’nden alınan şu kavramlar yer alıyor:
“Adalet, İttihat, Uhuvvet, Müsavat, Hürriyet”.
Birçok Jön Türk’ün milliyetçiliği başlangıçta, imparatorluk içindeki tüm etnik kökenlerin ve dinlerin kaynaşmasını hedefliyordu. Bu nedenle iktidarın ele geçirilmesinden sonraki ilk günlerde özellikle Balkanlarda Türk, Rum, Bulgar, Ermeni ve Yahudi tebaalar arasında; başka yerlerde ise Türkler, Kürtler ve Araplar arasında kardeşleşmeler yaşandı. Ancak bu coşku uzun sürmedi. Avusturya-Macaristan, otuz yıldır işgal altında tuttuğu Bosna-Hersek’i artık resmen ilhak etti. Bulgaristan da 22 Eylül’de bağımsızlığını ilan etti. Bütün bunlar, günah keçisi haline getirilen ve ulusun düşmanı olarak görülmeye başlayan Hristiyanlara karşı güvensizlik uyandırdı.
KARŞI DARBE VE SAVAŞLAR
Daha 1909 yılının Nisan ayında, II. Abdülhamit’in yandaşları bir karşı darbe planladılar. Ancak bu girişim Jön Türkler tarafından engellendi. II. Abdülhamit Selanik’e sürgüne gönderildi ve yerine sadece sembolik bir rol üstlenen kardeşi V. Mehmet Reşat geçti.
İmparatorluğun çöküşü ise devam etti. Eylül 1911’de, Trablusgarp için İtalyan-Türk Savaşı patlak verdi. Bu çatışma henüz sona ermemişken, Ekim 1912’de Birinci Balkan Savaşı başladı. Rusya’nın öncülüğünde Slav ülkeleri ve Yunanistan, Avrupa’daki Osmanlı topraklarının paylaşımını hazırlamışlardı. Bunun üzerine Osmanlı İmparatorluğu, İtalya ile barış yapmak ve Trablusgarp’taki askerlerini geri çekmek zorunda kaldı, böylece onları Balkan Savaşı’nda kullanabilecekti. Ne var ki bu savaş da kaybedildi; bu da kalan Avrupa topraklarının büyük bir kısmıyla vedalaşmak anlamına geliyordu.
Bulgar askerleri Edirne’ye saldırıya hazırlanıyor. Fotoğrafçı bilinmiyor, 1912.
I.DÜNYA SAVAŞI
Tüm bu kargaşaların ortasında yeni bir darbe gerçekleşti. Jön Türkler’den Enver Paşa, Talat Paşa ve Cemal Paşa iktidarı ele geçirdi ve bundan böyle bir üçlü yönetim olarak devleti idare ettiler. Talat Paşa dışında yeni liderlerin hepsi askerî geçmişe sahipti. “Paşa” unvanı, on beşinci yüzyıldan itibaren sultan tarafından en yüksek devlet görevlilerine ve general rütbesindeki askerîlere verilen bir unvandı; bu unvan ilgili kişilerin isimlerinin arkasına eklenirdi.
Üçlünün en önemli ismi ve Harbiye Nazırı olan Enver Paşa, bir süre Almanya’da askerî ataşe olarak bulunmuştu; üçlü yönetim döneminde Osmanlı Devleti, Birinci Dünya Savaşı’nda Avusturya ve Almanya’nın yanında yer aldı. Bunun en önemli nedeni, Fransa, İngiltere ve Rusya’nın Osmanlı ile ittifak yapmayı reddetmesiydi; zira bu büyük güçler artık Osmanlı İmparatorluğu’nu bitmiş bir devlet olarak görüyorlardı. Enver Paşa, 29 Ekim 1914’te Alman savaş gemilerini Osmanlı bayrağı altında Karadeniz’deki Rus limanlarını bombalatınca, Osmanlı’nın savaşa katılımı resmileşmiş oldu.
Enver Bey (Enver Paşa) ve Jön Türk devriminde rol oynayan Niyazi Bey. 1908 tarihli kartpostal.
Cemal Paşa’nın renklendirilmiş fotoğraf portresi. Fotoğrafçı bilinmiyor, 1917.
Bu tarihî trajedi için “soykırım” terimi, Türkiye tarafından hiçbir zaman kabul edilmemiştir.
2006 yılında Amerikalı siyaset bilimci Guenter Lewy, uluslararası alanda çok eleştirilen ancak Türkiye’de alkışlanan çalışması The Armenian Massacres in Ottoman Turkey: A Disputed Genocide (Osmanlı Türkiye’sinde Ermeni Katliamları: Tartışmalı Bir Soykırım) adlı kitabını yayımladı.
Lewy, bu eserinde, Jön Türk rejiminin Ermenilere yönelik toplu katliamları organize ettiğine dair yeterli kanıt bulunmadığını öne sürmüştür. Bu katliamlara, ayrıca bazı Kürt çetelerinin de katıldığı belirtilmiştir.
Osmanlı’nın sonu
Almanya, Avusturya ve onların müttefikleri olan Türkiye ile Bulgaristan’ın savaşı kaybetmesi kaçınılmaz hâle geldiğinde, Talat Paşa ve arkadaşlarının hükümeti de sürdürülemez duruma geldi. Hükümet, 14 Ekim 1918’de istifa etti. Üçlü yönetim, 1 Kasım’da bir Alman denizaltısıyla ülkeden kaçtı. Aynı hafta, İttihat ve Terakki Cemiyeti kendini feshetti. Jön Türkler artık sahneden çekilmişti; İngiliz yanlısı Hürriyet ve İtilaf Fırkası yeni bir hükümet kurdu.
Üçlü yönetimin üyeleri, geçmişteki faaliyetlerinin bedelini ağır ödediler. Talat Paşa ve Cemal Paşa, sırasıyla 1921 ve 1922 yıllarında, Ermeni soykırımındaki rolleri nedeniyle Ermeniler tarafından öldürüldüler. Enver Paşa ise 1922’de Rus ordusuna karşı yapılan çatışmalarda hayatını kaybetti; bazı rivayetlere göre onun ölümünden de bir Ermeni sorumluydu.
Alman İmparatoru II. Wilhelm, İstanbul’da Türk müttefiklerini selamlıyor,
15 Ekim 1917. Sağında Sultan V. Mehmet, arkasında Enver Paşa.
Yunanistan, Müttefikler tarafında savaşmıştı ve Osmanlı topraklarında genişleme elde etti: Tüm Trakya, Bozcaada (Tenedos) ve Gökçeada (İmroz) adaları ile İzmir çevresindeki bir bölge Yunanistan’a bırakıldı. İlk Yunan birlikleri Mayıs 1919’da İzmir’e çıkarma yaptı.
Bu noktada Mustafa Kemal Atatürk sahneye çıktı; o, modern ve laik Türkiye’nin kurucusu olarak öne çıkacak ve 1908 Devrimi’ni de desteklemişti.
1919-1923 yılları arasında süren Türk İç Savaşı veya Türk Kurtuluş Savaşı sırasında, Atatürk milliyetçilerle ve “Kemalistler” olarak adlandırılan yandaşlarıyla (aralarında eski Jön Türkler’den Ziya Gökalp gibi isimler de vardı) hem Anadolu’yu işgal eden Müttefik kuvvetlerine hem de işgalcilerle aşağılayıcı antlaşmaları imzalayan sultana karşı mücadele etti. Savaş, Türklerin zaferiyle sonuçlandı.
Yeni etnik temizlikler
Savaşın sonlarına doğru, Eylül 1922’de, nedeni hiçbir zaman tam olarak açıklığa kavuşmayan büyük İzmir yangını meydana geldi; bu felakette on binlerce Rum ve Ermeni hayatını kaybetti. Yeni etnik çatışmaların önüne geçmek için Yunanistan ile Türkiye arasında bir nüfus mübadelesi yapılmasına karar verildi. Yaklaşık 1,3 milyon Rum Anadolu’dan Yunanistan’a göç ederken, yaklaşık 700.000 Türk de Yunanistan’dan Türkiye’ye göç etti.
Atatürk ve eşi Latife Hanım, 1923 tarihli bir fotoğraf.
Son Osmanlı Sultanı VI. Mehmed tahttan indirildi ve 1923 yılında yeni başkent Ankara’da Türkiye Cumhuriyeti ilan edildi.
Beş yıl sonra cumhuriyet, İslam’ı resmî din olmaktan çıkardı ve bundan böyle kesin bir laik çizgi izlemeye başladı.
Bununla birlikte, Atatürk döneminde Türkleştirme politikası sürdürüldü. Bu politika 1924 Anayasası’nda da kendini gösterdi.
Örneğin, milletvekillerinin Türkçe konuşup okuyabilmeleri şart koşuluyordu.
Bir yıl sonra, cumhuriyetin doğusunda Türkçe dışındaki dillerin kullanılması da yasaklandı.
Bu tür önlemler özellikle özerklik talebinde bulunan Kürtlere karşı yöneltilmişti.
1926’da ise Ermeniler ve Rumların devlet memurluğunda görev almaları yasaklandı.
***************
Görüldüğü gibi, bay Kuipers’in yukarıdaki yazısı oryantalist sapmalarla çığırından çıkmış.